Bovenkant van de pagina
Ga direct naar de navigatie
Ga direct naar de content

Haleluja! Verslag Lost & Found 15 april

Verslag van een avond voor verdwaalde beelden en geluiden in Theatrum Anatomicum in Amsterdam

Samengesteld door Julia van Mourik en Jantine Wijnja. Leader en invite door Merel van den Berg.

HALELUJA!
Haleluja. Een zwarte man in wit pak met een microfoon beweegt zich door het publiek naar voren. Zijn haleluja gaat over in zingen: he’s got the whole world in his hands, the whole world… Hij zingt niet alleen, hij lijkt ook bij enkelen onder ons iets te willen uitdrijven. Hij klampt hen aan, betast armen en hoofd, spreekt toe, probeert tot hen door te dringen. Een meisje reageert hierop haast epileptisch. Trillend en stuiterend probeert ze zich uit zijn greep los te wurmen, tot bijna onder haar stoel volgt hij haar, laat niet los, om uiteindelijk een ander te zoeken, en zij naschokkend weer plaats neemt, verdwaasd voor zich uitkijkend. Hij vervolgt: …to make you aware of a reality that is there, the existence… of what is not known… an adventure. The soul or spirit of a man is more than the physical representation. We rationalize everything here! Rationalization and materialism is what you believe in, but there’s a world that exists outside this natural world that you can see! Het gaat hem vooral over de demonen die ons zouden achtervolgen.
Zijn woorden worden aangevuld met uitzinnige sound effects en videobeelden, wat zijn preek tot een multimediale performance maakt. Hij gaat over the top. Emanuel preekt elke zondag, ergens in Amsterdam Zuid-Oost. Julia vraagt of hij dan hetzelfde doet als wat hij met ons heeft gedaan. Hij zegt dat hij alle middelen gebruikt om zijn boodschap te verkondigen. Sander Breure en Witte van Hulzen, samenwerkende neven die voor hun Nollywood project naar Nigeria gaan, ontmoetten deze Emanuel en nodigden hem hier uit. Hoe zou je een demon beschrijven, is de volgende vraag. You can’t describe what you cannot see, is daarop het antwoord van Emanuel, but you can see what they do in people’s life, we see the influence of a demon. We knikken. Wie durft te lachen krijgt de volle laag, dus we houden ons verder koest.
De neven: “What interests us is that this shows how someone can believe in something. “

ZIEN IS GELOVEN
Wie iets in de krant leest en daarbij een foto ziet, neemt aan dat het beeld bij het verhaal hoort; dat de foto een representatie is van de kop boven de tekst. Zo werkt het, denken we, en soms klopt het ook, min of meer. In de vluchtiger media, duiken echter steeds meer haastig gezochte beelden op om een nieuwsverhaaltje te illustreren en die beelden zitten er vaak he-le-maal naast.
Martijn Kleppe is bezig met zijn proefschrift over iconische foto’s in de Nederlandse journalistiek en het fenomeen waarbij de relatie tussen beeld en artikel soms compleet is losgezongen van de opzet. Hij legt uit en laat zien hoe met name op nieuwssites, door redacteuren wordt gezocht naar passende beelden bij een kort artikel. Iets met computers en bejaarden? Via Google afbeeldingen kun je ze uitzoeken. Er is geen tijd om na te gaan of het geselecteerde beeld misschien niet een heel ander verhaal vertelt. Iets over demonstrerende Marokkanen en Wilders wordt geïllustreerd met een foto van een demonstratie tegen iets heel anders in Jemen. Een item over demonstratie in Egypte met een beeld van de Koreaanse politie. Iets over Maurice de Hondt met een foto van een hondje. Een artikel over pijpen (als in fellatio) met een foto van pijpleidingen. Wie Martijn Kleppe in Google invoert komt als het meezit uit bij de website van zijn onderzoek en kan zich de verdere avond vermaken over hoe tekst en beeld voor geen meter communiceren.

METHODE DE COMMUNICATION LIBRE ET GRATUIT
In Kameroen wordt iedereen die een telefoon koopt geregistreerd. Sander Veenhof , als beeldend kunstenaar afgestudeerd aan de Rietveld, en ‘specialist’ op het gebied van mobiele technologie, viel tijdens zijn residency in Kameroen met zijn neus in de boter, toen deze registratie daar net werd geïntroduceerd. Hij ontwikkelde een systeem om anoniem en gratis berichtjes te sturen: Le systeme NBEEP6 est une methode pour envoyer un selection de 63 messages (gratuitement) en faisant des BEEPS avec 6 telephones en meme temps… De handleiding probeert vervolgens ‘uit te leggen’ hoe het werkt. Men heeft 12 personen nodig die verdeeld over 2 groepen de beschikking hebben over deze handleiding. Bij uitstek geschikt voor families en vriendengroepen die ver van elkaar wonen. De 6 telefoons per groep zijn gecodeerd van A tot F. Er zijn een stuk of 30 combinaties mogelijk van het beepen naar 1 of meerdere telefoons van A tot F die kant en klare boodschappen opleveren, variërend van het gaat goed tot pas op, en daarnaast is er een beep-alfabet voor gevorderden die boodschappen letter voor letter samenstellen, maar dan beep en typ je je wel helemaal de tyfus. Sander volgde diverse groepen gebruikers. Hij legde hun communicatie vast op video. Soms zien we de ene groep aan de ene kant van de weg staan en de andere aan de andere kant. Als het maar werkt, en zolang het maar gratis is. En vooral: ontraceerbaar. Niemand weet waar die groepen zijn, behalve zijzelf.
Veenhof concludeerde dat, ondanks alle goede bedoelingen en inzet, het enthousiasme en de wil hiermee een zelfstandig opererend sociaal medium van te maken, het ‘eigenlijk niet te doen is’. Hij deelt de gebruiksaanwijzingen aan ons uit, ze gaan langzaam van hand tot hand, we bestuderen de methodes en codes, tot we er tureluurs van worden. In theorie moet het mogelijk zijn een geliefde aan de andere zijde van Kameroen te laten weten hoe het met je gaat, maar dat dan wel gedeeld met elf anderen, en je moet die dag verder helemaal niks anders te doen hebben. Dan toch maar gewoon een brief…

DE POST, DE POST, WAT BRENGT VANDAAG DE POST
Vroeg Jacques Plafond, Wim T. Schippers zich wekelijks af, tijdens zijn Ronflonflon-sessies op de radio. Iemand die een ware obsessie had met de posterijen, en zich dagelijks afvroeg wat de post zou (terug)brengen wat hij zelf had verstuurd, was W. Reginald Bray. Duizenden variaties op poststukken, adressen, en wijzen van adresseren heeft zijn liefde voor het medium opgeleverd. Je zou Bray een Fluxus-kunstenaar en mail artist avant la lettre kunnen noemen.
Auteur van het prachtige boek over deze man, The Englishman Who Posted Himself and Other Curious Objects, is over vanuit Londen om een aantal voorbeelden te laten zien. John Tingey kan beschouwd worden als de enige echte kenner van het oeuvre. Iemand vraagt hem hoe de relatie tussen Bray en zijn postbode was: vermoeiend, schat hij in. De arme man moet welhaast tot wanhoop zijn gedreven.
‘To any resident of London’, schreef Bray op een postkaart, of een adres in de vorm van een rebus, een foto van een locatie met een kruisje, of een plattegrond; een aardappel of zomaar een object met een postzegel erop, maar hij maakte ook prachtige geborduurde of gebreide kaarten. Niet alles kwam aan. De collectie bestaat uit wat er bewaard is gebleven van zowel bestelde als onbestelbare posstukken. Tel daar alles wat verloren is gegaan of ontraceerbaar bij op en de verzameling lijkt oneindig.
Uiteindelijk postte hij zichzelf, als person cyclist. Hij werd bezorgd, echt waar! Wie het wil nalezen en zien moet achter het boek aan. Het zal niet makkelijk te krijgen zijn, maar je kunt het altijd laten opsturen. Maak dan wel iets bijzonders van je adres.
In de pauze verzamelen zich groepjes mensen rondom Tingey. Iedereen wil even zo’n magisch poststuk aanraken, alsof je daarmee ook even de wonderlijke weg die het heeft afgelegd betasten en bevatten kunt.

DE ZON GAAT ONDER / IK VOEL ME BIJZONDER
De eerste en enige twee dichtregels van het gedicht ‘De uitvinding van de romantiek’ van Rudi ter Haar. De leraar Nederlands schreef het op een schoolbord. Ik moest eraan denken bij het zien van de schier eindeloze reeks zonsondergangen die beeldend kunstenaar Andrew Phelps ons laat zien. Ze zijn van zijn vader, die de ondergangen in 1984 vastlegde op dia-film, in de omgeving van Point Sublime, een afgelegen plek in de Grand Canyon van de VS. Een moeilijk te bereiken punt met een spectaculair uitzicht, legt Misha de Ridder uit terwijl wij naar de kaart van het gebied turen.
Via skype vertelt Andrew, geboren in de VS, momenteel wonend in Salzburg, over de ontdekking van de verzameling. Zijn vader leed aan kanker, en hij ging, in voorbereiding op zijn naderende dood, door al zijn spullen, en dozen. Dit soort beelden had hij niet verwacht. Hij had zijn vader altijd ervaren als een zakelijke, wat stugge, ingehouden man. De dia’s laten hem zien dat heimelijk, deze man toch ook een romanticus moet zijn geweest, op zoek naar het sublieme. Momenten waarop hij zich ‘bijzonder’ voelde, misschien.
Andrew dacht: als fotograaf heb ik een publiek, ik houd van fotoboeken, dus waarom deze niet gebruiken? And make some money, onderbreekt Julia hem. Iedereen lacht. Andrew verdedigt zich: de opbrengst gaat naar een goed doel. Wij kijken naar een selectie van de zonsondergangen. Het zijn de originele dia’s! Roept Julia. Oh, een hert! Zucht mijn buurman. Het zijn adembenemende plaatjes

DEATH METAL IN KAMEROEN
Steven Jouwersma wilde death metal in Kameroen introduceren. Jouwersma vertelt ons over de geschiedenis van metal, en over uiteenlopende variaties op metal die hij zoal heeft aangetroffen, waaronder een kruising tussen country en metal. De zaal jubelt bij het zien van een foto van twee aanhangers van dit genre .
Hij richt een band op onder leiding van Raska. De leden van ‘zijn’ band laten zich inspireren door kerkmuziek en Ray Charles, Rock ’n Roll en metal. Jouwersma organiseerde een heus concert. Hij laat videofragmenten zien waarin hij aan een tekst werkt met een van de leden, zittend op een bank. Raska zie je hardop fantaseren en met zijn handen gebaren, terwijl Jouwersma vooral luistert waarbij zijn voet, op zijn knie gelegen, gedachteloos maar razendsnel op en neer beweegt. Jouwersma laat verder posters zien, T-shirts, en laat een fragment horen van het eerste death metal-concert in Kameroen. Sander, die ook in Kameroen verbleef op dat moment, werd om vage redenen opgepakt door de politie. Ze lieten toen de posters zien van het concert. Daar wilden die politiemannen ook wel naartoe. Ze moesten uiteindelijk nog bier voor hen kopen ook.
Mijn buurvrouw vraagt: waarom heb je zo weinig beeld?! Jouwersma legt uit dat hij aanvankelijk alles wilde filmen, maar hij moest zelf meespelen, waardoor hij niet filmen kon. Wat kosten de T-shirts? Vraagt iemand anders. 25 Euro. Hoeveel gaat er naar het goede doel?! Jengelt mijn buurman. Julia maakt er een einde aan door te stellen dat men voor dit bedrag ofwel een T-shirt kan kopen, of dat ene boek, of dat andere boek. Ze zoekt ze bij elkaar. Links en rechts van mij wordt door elkaar geroepen ‘mijn boek kost ook 25 euro’ en ‘T-shirts is kinderarbeid’. Julia schakelt wijselijk over naar het laatste onderdeel van het programma.

OUT OF AFRICA OF WAT EEN OUDOOM ZAG
Arthur Mulder, beeldend kunstenaar die op de Parade ook een café runt onder de naam café Ik, had een oudoom, en die oudoom bezat, zoals de vader van Andrew Phelps, een verzameling dia’s. Mulder is al bloednerveus nog voor de avond begonnen is, en nu aan het einde, als laatste spreker, heeft hij de zenuwen met zoveel gin-tonics weggedronken dat hij met een vermakelijke moeite de relatie van de oom tot de rest van zijn familie probeert uiteen te zetten, en de reizen die de oom heeft gemaakt tracht na te vertellen. Het lukt niet zo goed, maar wat maakt het ook allemaal uit, zegt hij zelf. Waar het om gaat is dat die oudoom een vrouw ontmoette en dat ie reisde, veel door Afrika, en van alles tegenkwam, zoals oerwouden en mensen, en dieren en spullen en eh… ach ja, alles duurt lang hier he?
Waar zijn de pygmeeen?! Roept iemand. Oja, de pygmeeen. Die komen zo, eerst de dia’s. Waar zijn de dia’s?! Arthur, hoe heette je oom? Jacques Scholten. Dia’s, oh god, kan dat scherm weg?! Weg met dat scherm. Scherm omhooooog, alsjeblieft, zeg…chrissstus, verdomme, wat een klerezooi hier ook altijd!
Iedereen hikt ondertussen, en hapt naar adem. Kom op met die klote-dia’s nou.
Daar zijn ze. Per beeld verklaart Mulder wat we denken te zien, maar wat het niet is. Het lijken spijkers – het zijn het niet! En hier, dit is wel zo geweldig, wat gemaakt is in de rrrotsen. Ze kunnen Buddah’s opblazen, maar hier hebben ze nog nooit aan gedacht. Wat is dit dan? Vraagt Julia. Weet ik veel, ik houd helemaal niet van reizen, ik blijf liever thuis! (gejoel) En dit is een omgedraaid vuurtje, sorry voor dat. En kijk dit nou toch weer eens, wat is dat nou. We zien het niet. Nou ja, je gaat naar Afrika toe en dan wil je de vijf Grote zien, nou, dit is volgens mij een poesje. En kijk! (We zien weer een dia op zijn kop) Aan de andere kant van de aarde, daar lopen ze dus ondersteboven, ook al zijn ze zwart. En soms liggen ze op hun zij (dia op z’n kant). En dat daar lijkt wel een duin, wat een prachtig duin, maar dat is het niet. Zou mijn oom nou nog maar leven, dan zou hij ons kunnen vertellen wat het was.
Waar zijn nou de pygmeeën? Oh ja, de pygmeeën. De 8mm-projector wordt gestart. We zien een schoonheidsritueel waarbij men bij elkaar, heel innig en kalm, een voor een de wimpers uittrekt. En als toegift nog een adembenemend schattig babyolifantje op een soort cart brommer in de woestijn.
En zo is het mooi geweest. Deze avond over beelden, boodschappen en hun vaak mis te verstane betekenissen, met de nodige Afrikaans toestanden. Volgende Lost & Found vindt plaats op 6 mei, wederom in De Waag, en gaat over identiteiten.

Bijdragen 
Reacties