Mediamatic Magazine vol 5#4 Paul Groot 1 jan 1991

Cézanne's cataract

De navel van de aarde, in de klassieke oudheid in Delphi geplaatst, is in onze eeuw naar vorm en inhoud getransformeerd tot een berg in het zuiden van Frankrijk. Freud en Bataille hebben het willen verklaren, Cézanne heeft ons de plek aangewezen. Niet de Etna of de Vesusius, geen van de tropische vulkanen, maar een bergmassief in de Provence. In de woorden van Peter Mandke, een Kalkschollenauffaltung, waaruit we, zonder deze term te hoeven verklaren, kunnen concluderen dat de navel van onze aarde inmiddels aan staar moet zijn gaan lijden.

Vergroot

Cézanne's Cataract -

Onze eeuw is een eeuw van het oog. Onze kunst is een kunst van het oog. Onze planeet als het zwevende oog. de Sainte-Victoire als een uitstulping, een strontje in het oog dat tegelijk de planeet als oog tegenwoordig stelt. Cézanne heeft in een oneindige reeks tekeningen en schilderijen zijn beeld van het oog, dat ons beeld van het oog is geworden, vastgelegd. Dat wil zeggen, hij schilderde keer op keer de berg om het geheim van zijn eigen oog in beeld te krijgen. De berg, het landschap eromheen. Maar we bevinden ons in werkelijkheid in het oog van Cézanne. Het oog wordt dag in dag uit onderzocht. De berg vertegenwoordigt de blinde vlek van onze aarde, tegelijk de blinde vlek van Cézannes oog. Het is het gebied waar een onzekerheid heerst die slechts tastenderwijs onderzocht kan worden.

Daarvoor heeft Cézanne een methodiek ontworpen die we hem nog steeds willen ontfutselen. Rilke, Heidegger, Handke, Rémy Zaugg, Straub/Huillet, allemaal hebben we oplossingen van dit raadsel aangedragen. Cézanne, El Greco en Van Gogh, bij hen allen denken we aan een neurologische ontstemming die van fysieke èn psychische aard is. Maar waarom sneed Van Gogh zich het oor af?

Kennelijk vertrouwde de vorige eeuw nog op het oog. Cézanne is onze tijdgenoot, ook al leefde hij in de vorige eeuw. Hij wist dat ons perspectivisch kijken een fallacy was, dat driedimensionale ruimte niet bestond. Hij boog zich over zijn eigen kijken, en vond het oog als onderzoeksobject.Pas Bunuel, in zijn Chien Andalou, als hij met een scheermes een ezelsoog laat doorsnijden, zou Cézannes lessen met volle consequentie toepassen.

Een pelgrimage naar de Sainte-Victoire heeft iedere zin verloren. Heidegger, gefascineerd als hij raakte door de berg die voor Cézanne zo veel betekend had, doet denken aan een patholoog-anatoom die het afgelegde lichaam scrutineus onderzoekt, alsof het nog levenskracht bezit. Hij gaat op reis, bezoekt de berg en bekijkt de schilderijen om te concluderen dat het hier gaat om das Anwesenlassen selbst (het zelf aanweziglaten), niet langer een afbeelden van iets anders, maar een eigen aanwezigheid. Rilke had al eerder gemeld dat ons bij Cézanne het tastbare ontsnapt, zich transformeert. Elders lezen we over het aanwezig gemaakte dat tegelijkertijd terugvloeit in afwezigheid Rémy Zaugg gaat het verst in zijn analyse. Op bruin pakpapier heeft hij als een oogarts het ziektegeval in schema gebracht. Misschien is dit wel het meest bruikbare model: de uiteenlopende plekken en kleuren op Cézannes La maison de perdu zijn letterlijk weergegeven. Voorstelling van zichzelf en weergave van iets dat het niet is, zo zou je het kunnen formuleren. Dat Zaugg het uiteindelijk in een ander schema wil onderbrengen maakt een te gemakkelijke indruk (in wezen wil Zaugg Cézanne in een schematisch overzicht van Picassos Portret van een schilder in de stijl van B Greco laten overvloeien).

Het geheim van Cézanne?

Fermez les yeux, attendez.ne pensez plus a rien. Ouvrez-les. N’est-ce pas ? Maar hoe breng je het terrein van de blinde vlek in beeld? Cézanne sprak graag over cirkels, bollen en kegels als hij zich een eerste schets voorstelde van een in zijn ogen nog onbetreden landschap. Prisma's zou ik eraan toe willen voegen. In ieder geval waren die meetkundige figuren van Cézanne niet zo kleurloos als hij misschien zelf suggereerde. Een gehavende blik, een aangetast gezicht: een scha- duwgebied van het lenzensysteem van ons oog. Een duistere plek waar de voortdurende weerspiegelingen van elders gerealiseerde kleuren op en neer golven. Je stelt je de grot van Plato voor als een donkere kamer met voortdurend golvende weerspiegelingen, zoals je soms op het plafond van huizen aan de gracht het laatste zonnelicht ziet bewegen. Cézanne wist dat hij op het spoor was van een onbetreden gebied. Onzichtbare golven en kleuren vasdeggen. Diep in het oog vond hij de extase, net als Bataille later.

Bedevaart naar egypte

Het oorspronkelijke plan was de waanzinnige uitgebreide Cézanne-kritiek en de ongelooflijke interpretatie- zucht een stap voor te zijn. Vooral sinds Heidegger het pad van Cézanne volgde tot aan het punt waar de berg Sainte-Victoire in zicht kwam. En hij naar eigen zeggen zo de route gevonden had waarmee zijn eigen weg als denker van begin tot einde op eigen wijze correspondeerde. Sinds Peter Handke in zijn Die Lehre der Sainte-Victoire de weg naar de Heilige Berg definitief had afgesloten voor ieder ander bezoek. De berg moest vernietigd worden ora hem opnieuw te kunnen bekijken.

Daarom zitten we nu hier in Cairo in een afgesloten auto, waanzinnig zwetend zodat onze transpiratie ook nog eens tegen de ramen slaat, met een snel opgaande zon, en trachten het geheim van de Sainte-Victoire aan de pyramides te onttrekken.

Hoe lang geleden is het al weer dat ik aan de hand van de golfdeeltjes-theorie van Descartes trachtte te bewijzen dat er op de doeken van Cézanne sprake is van een continu voortgaande beweging? Descartes' grootste inspiratie stamt uit die nacht dat hij ergens in Beieren de koude weerstond door letterlijk in een kachel te kruipen.

Daarvoor in de plaats, en tegelijk om ook Heidegger en Handke en al die anderen te vergeten, zitten wij achter stoffige, wazige vensters de pyramides te filmen en te fotograferen als betrof het de Sainte-Victoire. In een nog steeds stijgende temperatuur.
Cézanne kijkt af en toe om naar Robert en Arnaud achterin. Camera’s klikken, één camera zoomt bijna onhoorbaar continu.

Het is er nu al heet en erg stoffig. De kamelen staan er als in een ranch bijeengeschaard, het is nog te vroeg voor de toeristen, alhoewel verderop tegen de zonsopgang een trillend silhouet stapje voor stapje de schemering opentrekt. We hebben er een taxi voor gecharterd, een rammelkast waar van iedere functie wel een onderdeel gebroken, afgesleten, verkleurd is of gewoonweg ontbreekt. Alleen de motor heeft het niet af laten weten en ook de chauffeur blijft ons vertrouwen inboezemen. Het is een tanig gekleurde zestiger, de rust zelve, de tweelingbroer van Garcia Marquez en door ons voor deze gelegenheid tot Cézanne herdoopt.

De pyramides, drie op een rij en al naar gelang waar je je bevindt drie losse eenheden of een soort mastodont met drie koppen, vangen het eerste licht op. We hebben ons in de auto verschanst. De bijna ondraaglijke hitte hier binnen, het zweet dat in onze ogen prikkelt, het op de deurvensters vastgekoekte vuil en de breking van de eerste zonnestralen, het is de mix waarvan wij grote verwachtingen hebben.

Hier moet bij zonsopgang uit de schaduwrijke contouren van de pyramides het geschonden aanzicht van de Sainte-Victoire gered worden. Cézanne is onverstoorbaar. Als hij al enige onraad vermoedt, hij laat er niets van blijken, af en toe neemt hij een slok water uit de plastic fles en proeft het als een zeldzame wijn. Zijn aanwezigheid verhoogt de artistieke spanning in de broeikas. Ik heb hem zelfs niet een, al was het maar onbewuste, beweging zien maken om zijn raampje open te draaien. Hij rookt de ene sigaret na de andere, de rook zweeft in sliertige wolkjes rond, blijft tegen de vensters hangen.

Zo willen we de cirkels en bollen en kegels waar Cézanne zo veel belang in stelde in beeld krijgen. Om daarmee onze eigen blinde vlek te kunnen exploiteren. Het terrein van de Sainte- Victoire zelf was uitgeput: hoevele geneesheren hadden zich al niet over de mummie gebogen, en de ziekte geanalyseerd? Wij zochten hier naar de geestelijke achtergrond, de schaduwplek in onze hersenen waar de coördinaten van de abstracte vormen, de haarvaten van de blinde vlek hun weerspiegeling vinden.

In zekere zin zijn we in de werkelijkheid van de papieren wereld van Zaugg beland; alleen is de woestijn hier echt, zijn de pyramides echt. Zaugg erkent Cézanne alleen als een conceptueel kunstenaar. Wij willen hem als kunstenaar usurperen, in onze eigen hersenen opnemen. Zaugg schrijft op een laag vernis, wij proberen de ziel van Cézanne te stelen.
flaubert beschrijft in zijn Reis door de Oriënt hoe in Egypte de graven van de vroegste beschavingen worden opengebroken. Grafschenners die de vloek van de dode met zich mee zullen dragen.

In de blinde vlek van ons denken, denken wij God. De grafkamer van ons zien, van ons denken, waar de weerspiegelingen en de repercussies van de onbegrepen wereld zich dwangmatig openbaren. Ongrijpbaar voor ons bewustzijn speelt zich daar een voortdurend wisselende mise-en-scène af. We zijn grafschenners van onze eigen rationaliteit. Het is een plek om bang voor te zijn. Een plek ook die je niet ongestraft kunt betreden.

Cézanne zelf gebruikt de Sainte-Victoire als metafoor. Rilke, Heidegger en Handke treden op als de grafschenners van diens geheim. Ze slaagden er, watje ook over him interpretaties denkt, niet in afstand te bewaren. Ze zitten Cézanne te dicht op de huid; hun perspectief belet hun te zien dat Cézannes geheim niet op de berg, niet in zijn uitspraken, zelfs niet in zijn werk ligt. Zijn geheim is de weerspiegeling van zijn werk in ons eigen onderbewuste dat in onze ogen verborgen ligt. Niet het Freudiaanse onderbewuste, ook geen litterair of filosofisch onderbewuste, maar een van visuele aard.

Wij zoeken een benadering te geven van hoe die blinde vlek zijn weerspiegeling in onze hersenen doorgeeft. Als een soort spookoog (zoals men na de amputatie van een been toch met een conceptueel been in de hersenen blijft zitten), een oog dat wij vervolgens, bij benadering op foto- en op filmmateriaal trachten vast te leggen. Herinneringen die door onze hersenen zijn ‘gespoeld’, en af en toe opduiken. De tijd heeft z’n werk gedaan. Wat wij ons herinneren blijkt uiteindelijk niet veel meer te zijn dan wat aangetast filmmateriaal, waarvan wij het beeld met andere zintuiglijke ervaringen aanvullen. Ons geheugen als een bijna tot stof vergane filmstrook. Dit falende geheugen versplintert en verdrijft het oorspronkelijke beeld, maar onze zintuigen bouwen tegelijk aan een nieuwe verbeelding ervan.

Tegenover de echte Sainte-Victoire zoeken wij, in Egypte, naar haar spookbeeld. De grillige vormen en kleuren van een natuurproduct tegenover de rechtlijnigheid van een rationele schepping. Toch geen rechtstreekse dialoog tussen natuurlijke vormen en menselijke berekening. De pyramides zouden achter sluiers en wolken schuil moeten gaan, met als resultaat een uiterst minimale vorm: de ervaring van een bijna blinde. Maar de smerige ruiten, de sigaretten walm, onze dampende kleren en de niet echt scherp gestelde kamera’s waren kritischer dan wij zelf. Een resultaat als een bijna magische ingreep: overbelichte foto’s, daar leek het nog het meest op.

Wat uiteindelijk rest is wat ik het resultaat van een actio in distans zou willen noemen: het randgebeuren van de bijna ongeloofwaardige sessie in de smoorhete auto. Beelden van een tot leven komende touristenindustrie, de laatste beelden van de zich terugtrekkende pyramides, Cézanne die ons beleefd vraagt of de raampjes nu weer open kunnen: zijn raampje althans.

Handke’s Sainte-Victoire is een berg temidden van de bossen, is dus een weerspiegeling van de Salzburg en omgeving. Eenmaal heb ik me, vanaf de hoogste punt op deze berg, door een gids het huis van Handke laten wijzen. Daarbeneden; maar hij is er nu niet, hij zit al een tijdje in Parijs. Maar hoezo, hij is daarbeneden toch altijd aanwezig, ook als hij in Parijs zit of de Sainte-Victoire beklimt? Hij is daar thuis; hij ziet een berg die Cézanne zo nooit gezien heeft, nooit gezien kan hebben.

Mijn Sainte-Victoire, hoewel in Egypte, bleek achteraf niet veel anders dan een door de tijd aangetastte Friese stolpboerderij. Zo’n uit het vlakke landschap opduikend zwart silhouet van een op een voetstuk geplaatste pyramide.
Mijn blinde vlek als een hooizolder boven het woonhuis.