Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

De Socialist en zijn Media

Wer spricht van Siegen? Überstehen ist alles.

Rainer Maria Rilke

De socialist mag in zijn reële bestaansvorm van staatsbeambte pijlsnel achter de horizon zijn verdwenen, als potentiële gestalte heeft hij een ongekende toekomst voor zich. Het programmeren heeft hij met de paplepel ingegoten gekregen (al in 1830 verscheen de 1.0 versie van het socialisme-programma). Bij gebrek aan geschikte hardware zag hij zich 150 jaar lang verplicht om zijn program op de maatschappij te installeren. De sociale kwestie die hierdoor werd opgeroepen, veroorzaakte de reactie die leidde tot een uitbouw van het oorspronkelijk ontwerp en tot een formidabele hoeveelheid nieuwe applicaties. Bij iedere tegenslag produceerde de socialist een volgend plan en liet zich niet ontmoedigen door illegale kopieerders als spartakisten, revisionisten, leninisten en christen-socialisten.

Toen Hitler en Stalin het socialisme koppelden aan incompatibele software als nationalisme en totalitarisme, stokte de ontwikkeling van linkse programmatuur voor lange tijd. Uit de veelvoud aan toepassingen overleefde alleen de dataopslag en het bestandsbeheer, waar het historisch socialisme een ware obsessie voor aan de dag legde. Denk aan de spreadsheets met de productiecijfers van de vijfjarenplannen, de kilometerslange dossiers van de inlichtingendiensten, de verzamelde redevoeringen der Leiders en de onafzienbare reeksen formulieren en aanvragen die bij het minste of geringste ingevuld moesten worden. Dit was een maatschappijformat dat vastliep in de papieren, een leviathan die niet meer viel te automatiseren. Zelfs de complete geheugenruimte van de wereld zou tekortschieten voor de data-overload die in de archieven stond opgetast.

Toch stak de drang tot programmeren in de jaren tachtig weer de kop op in de figuur van Gorbatsjov. Die moest ontdekken dat hedendaagse sociale programma’s op andere hardware draaien dan de maatschappij. Het plan is nu enkel nog promotiemateriaal dat een corporate image presenteert. Toen de investeerders daarop Gorbi’s keten lieten doorlichten, was het afgelopen met de bankability van de Sovjet Groep. Maar met het verdwijnen van het communisme kreeg de socialist wel eindelijk de kans om z’n programmeerlusten bot te vieren op de media waarin ze het beste tot hun recht komen: computergames, mediabanken en virtual realities.

Het lessen trekken uit het verleden is in het Westen al geruime tijd afgevoerd van het rooster van de levensschool. De geschiedschrijving is voltooid, van nano- tot kosmisch niveau. Alle fenomenen en objecten zijn in een chronologie ingepast: dit loopt van de eerste attoseconde na de Big Bang, de sigaar, de bad- en slaapkamer, de anorexia, teddyberen, het sublieme, Middeleeuws eten en het strandbezoek tot het beeld van de vagina, de dood en de fijne neus van de avondmens. De complete historie is herbewerkt tot informatie en als zodanig actueel gemaakt. In de huidige geschiedschrijving staan de gemengde berichten naast de wereldpolitiek en de beursnoteringen: er zijn niet langer determinerende factoren (in onder- en bovenbouw) te onderscheiden, zoals het historisch-materialisme die nog kende. Informatie is uiteindelijk alleen maar informatie: het historisch bewustzijn van het Westen is zoekgeraakt door een te grote beschikbaarheid van het verleden. Informatie dringt nooit dieper door dan tot het werkgeheugen van de democratische burger. Alles kan vergeten worden, want de opslag is altijd gedelegeerd aan anderen (expert systems). Tot men onthutst moet constateren dat praktisch alle uitzendingen van Ja Zuster Nee Zuster zijn gewist.

De socialist heeft een goede relatie met zijn eigen harde schijf. Net als de oud-marxisten heeft hij de harde leerschool doorlopen van een stalen mnemotechniek. History is voor hem niet een van de mogelijke aanklikgebieden, maar het domein waar het stuwende beginsel te vinden is dat aan recente data ten grondslag ligt. De socialist heeft zijn relatie met het verleden altijd als technische schakeling gelegd. Hij was van geboorte af niet zozeer revolutionair of ketter, maar een mediatechnicus. Boeken, pamfletten, kranten, stellingen, manifesten, interventies, polemiek en kritiek – het socialisme was een literaire beweging die geloofde in de overtuigingskracht van het woord om de revolterende meute in de juiste richting te manoeuvreren. De woorden lagen voor de socialist niet ten grondslag aan de gebeurtenis, maar konden deze wel sturen doordat ze een onderscheid konden maken tussen de toevallige omstandigheden van de troebelen en de ijzeren dynamiek daarachter. De gebeurtenis is voor hem geen fait divers, maar voorteken. Doordat de socialist nooit bestanden wist en altijd geheugencapaciteit heeft voor meer informatie, is zijn toekomst geen onbeschreven blad en hoeft hij, anders dan de actuele westerse mens, niet telkens weer bij nul te beginnen. De westerling wordt al bij voorbaat moe van al het geduldige graaf- en zoekwerk dat verricht zou moeten worden.

Voor de socialist zijn gebeurtenissen ingebed in een universum van oude en nieuwe schriftuur. Of een tekst nu voorwaarden of eindresultaten besprak, altijd resulteerde dit in nog meer tekst. Het doel was van het socialisme één enorme interactieve hypertekst te fabriceren. Men las elkaar grondig en schreef recensies van honderden pagina’s. Het papier bevatte geen dode letters, maar prikkelde tot geschreven reacties. Herlezingen van verworpen auteurs waren altijd mogelijk, waarna de discussie met verve werd opengegooid en resulteerde in een nieuwe voorraad bulkteksten. Onafhankelijk van technologische innovaties en nieuwe media als fotografie, film en radio, ontwikkelde de socialist voortdurend nieuwe schakelingen, maar altijd uitsluitend binnen zijn eigen mediasysteem. Deze praktijk maakt hem tot ideale kandidaat voor beheer en uitbouw van cyberspace, dat zich ook afwendt van parallelle media en een rizoom aanlegt. De jaren tachtig hebben aangetoond dat het omscholen van schriftgeleerden tot programmeurs een relatief kleine stap is. De afwezigheid van illustraties in de soctekst vormt geen belemmering voor de intree van de socialist in het volgende beeldenrijk. Hij opereerde altijd al in een groter verband dan het afzonderlijke plaatje, want de maatschappij in 3d was zijn medium.

Als opslagspecialist voorziet de socialist drie opties voor het behoud van het socialisme. Ten eerste zal de volledige teksteditie worden bezorgd op cd-rom. Maar de markt zit hier bepaald niet op te wachten, zeker nu de kapitaalschieters uit Moskou zijn vertrokken. De zuurhoudende teksttraditie verbruint en verbrokkelt onder de handen van wanhopige archivarissen. Alleen het Band Aid Concert Save the Archives kan nog voor de benodigde middelen zorgen. Nu het verderschrijven aan het socialistisch project langzaam wordt overgenomen door historici, die met de academische blik van de buitenstaander ‘objectief’ oordelen, wordt de socialist tegen z’n natuur in destructief en vernietigt zijn archief nu het nog kan. Terwijl de ex-socialisten hun fouten van vroeger opbiechten, ondernemen anderen pogingen het socialisme niet te laten verworden tot informatie. De soctekst gaat donkere tijden tegemoet van nostalgie en memoirigheid, terwijl de basisteksten hun mediale potenties kwijt zijn. Op de diskette van het socialisme is knop van write data naar read only geschoven. Opslag van het hele socialistische vertoog is niet alleen onhaalbaar, maar bovendien verwerpelijk.

De tweede optie bestaat uit het scannen van het reëel bestaande socialisme. De trend om alle kwaadaardige kanten van de twintigste eeuw in een museale context inzichtelijk te maken, zal de misdaden, leugens, wanprestaties en totale mislukkingen van het Oostblok alle (disk)ruimte geven. Tegelijk zal er een wereldwijde fascinatie ontstaan voor de vreemdheid van het feit dat er honderden miljoenen mensen decennia lang gedaan hebben of er een ander systeem mogelijk was dan democratie & markteconomie. De esthetiek van het socialisme bestond erin dat het tussen een duidelijk begin- en eindpunt een volledig systeem van eigen producten, kunststijlen, mode en design wist te ontplooien, met een verbluffende eenvormigheid. Er zullen themaparken en sensorische ruimtes worden aangelegd om dit historische fenomeen navoelbaar te maken: een tocht langs instortende nieuwbouwwijken, consumentenrijen, blaffende agenten, verklikkers, militaire parades, ethische dissidenten. Het ascetische, modernistische non-design zal de cyclus van avant-garde, hype en duurzame modestijl doorlopen en het socialisme laten opgaan in de reeks van jaren vijftig, sixties, punk en eighties. Deze recycling gaat voorbij aan de grote mogelijkheden die de socialist voorziet.

De derde optie namelijk is die van opslag en beheer van het socialisme als potentieel. Eindelijk is het medium binnen handbereik waarmee het socialisme gevestigd kan worden, zonder hinderlijke bijverschijnselen als politiek, management, milieu en militarisme. Het socialisme als model heeft het realiseren van de totale vrije tijd als inzet. De Sovjetstaten waren hierin een heel eind gekomen. Het arbeidersparadijs kende vele mogelijkheden om er even van tussen te gaan: wie naar z’n werk ging om er te ontbijten in de volkskeuken, ging na de koffie wat vrienden opzoeken om een biertje te drinken en een bioscoopje te pikken. Het bestaan was van een relaxte ledigheid waarin de dialectiek van productie en consumptie was overstegen. De socialistische arbeidsmoraal is te begrijpen als vroege vorm van vr. Ook in het datamilieu valt niets te beleven en ontbreekt de warensfeer. De prestatiedwang kan daar prima omzeild worden (door te doen alsof je werkt). Het socialisme als vr-omgeving is een atopie waarin consequentieloos kan worden geacteerd of toegekeken. vr is voor de socialist geen archief of museum, maar parkeerplaats van een ideale samenleving in een periode waarin de Nieuwe Wereldorde een zelfde werkdwang oplegt aan de hele wereldbevolking. De socialist heeft begrepen dat je dit monopolie niet moet aanvechten, maar uitzitten. Hij zit niet te wachten op de Verelendung en het daarop volgende klassenbewustzijn, maar knutselt verder aan z’n virtuele model, zoals hij vroeger aan zijn tekst-galaxy bleef schrijven. Tot het moment dat vr in de werkelijkheid implodeert. Dan is de socialist paraat.

Reacties