Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content
De Serial Kemangieteelt, die mijn vader op poten zette midden jaren zestig, waren voor de Limburgers ’n exotische bezienswaardigheid, een gangzetter midden in hun sensuele heuvelland. Ook al werden wij zelden als autochtonen aangemerkt, voor allochtonen evenmin, want daarvoor was mijn vader te verhollandst, in spreken en doen en laten. Zelfs door boeren zonder historische kennis, werden we geaccepteerd als Indo’s die reeds honderden jaren autochtone Hollanders waren, eens gesetteld als Planters in het voormalig Nederlands Indië.
In Ulestraten zo'n 30 km van Maastricht, had mijn vader in 1968 een compleet boerderijencomplex gekocht. Ulestraten bekend om de waterbronnen werd niet alleen bevolkt door kunstenaars zoals Pieter Defesche of Gene Eggen, maar vooral door boeren. Serieuze Boeren! Maar er waren ook Boeren en Boerinnen die daar erop los boerden en dit Agrarisch beroep niet voor serieus namen. Zo kwam het dan voor dat er een boer lusteloos werd van het vele schijtruimen en werd zijn hele boerenbedrijf afgedankt, verkocht voor een verlieslijdend bedrag. Mijn vader die vlug medelijden had met lusteloze boeren, kocht dus ’n noodlijdend geval voor een grappig prijsje, maar lachte deze voormalige boeren niet uit. Daarvoor zat de humor van mijn vader toch anders in elkaar.
Zo groot als het maar kan, was het boerengebouwencomplex en zo groot als het maar kan, waren de lappen grond. Een lap voor en een nog grotere lap, achter. Op de allergrootste lap had mijn vader 'n structureel plan ontwikkeld, dat ver in de omstreken bekendheid kreeg door zijn grootslappigheid, dat niet naar koeienstront rook maar erg fris ‘ als seringen in de sprankelende lentezon.’ Ook al ging het maar om het verbouwen van het frisse kruid Kemangie, het kweken ervan gebeurde d.m.v. Serial Cultivations. Geweldig vonden de aanschouwers het, vooral toen ze een kind (ik was amper 8 jaar oud) mededeelzaam zagen zijn, bij het in elkaar timmeren van meterslange kassen met ’n hamertje en het graven van meterslange gleuven met een professioneel schepje.
De kassen met ‘n afmeting van elk 15 lang, 1.5 breed en 1 meter hoog, werden dus mede door mij ontworpen, in elkaar getimmerd, bespannen met plastic. Na het timmer- en gleufwerk werden kemangie zaailingen zachtjes de grond ingeduwd, elk op 30 centimeter afstand van elkaar. Na een maand is de kemangie 50 centimeter hoog, en kan dan getopt worden. Dit toppen veroorzaakt een groei in de breedte i.p.v. dat lange slungelige planten de kassen zouden verpesten. Met deze in de breedte gegroeide kemangie konden we elke week knippen, oogsten, in zakken doen en verhandelen aan Toko's over het hele land. Wij waren op dat gebied en in die tijd, uniek.
Dit wat betreft het kweken, telen en ontwikkelen van een kruid, die lang na het nuttigen een frisse weldaad in smaakpapillen, spijsvertering en geest opleverde. Dit kruid werd met deze lemonbasilicumsmaak gebruikt bij visgerechten, gadogado, en niet te vergeten bij ceremonies die met het cremeren van het menselijk lichaam te maken heeft. In ieder geval bij een ceremoniële inhalatie, met het opschonen van de ziel.
Dit stel is al 4 keer op Bali geweest, maar nog nooit op het goede moment gekomen, dat er iemand dood ging en meteen gecremeerd zou worden. Ruby ging overigens niet mee, omdat haar achillespees was ontstoken.
Gisteren liet ik wat foto's zien van de crematieoptocht en wat van die kist waar Lenny in ligt. Lenny is op 54 jarige leeftijd de 25e juni overleden in het Ziekenhuis Sanur, aan Hepatitus. Dat vertelde de zoon Wayan(betekent de 1e of 5e kind). Deze zoon op wie ik filmisch fixeerde, is de oudste zoon en zal vooraan de stoet moeten lopen. Wayan , amper 15 jaar, spreekt perfect Engels, zoals zijn overleden vader dat ook deed. Zijn vader Lenny, bleek een populair persoon te zijn in Sanur, ook bij de toeristen: hij had een academische graad, maar raakte werkloos. Sinds 1995 helpt hij handelaren en zocht naar Zilverwerk. Reden ook waarom de familie deze crematie kon betalen.
Wayan 2, deze oudste zoon, vroeg of ik na afloop mee wilde eten met de familie, en om verder te spreken over de dvd die ik hun zou willen geven van de ceremonie. Ik sloeg echter deze uitnodiging vriendelijk af, omdat Wayan de chauffeur niet wilde wachten, ook niet als de as naar de zee zou worden gebracht. Pech! Uiteindelijk heb ik wel alle stappen kunnen filmen, het slot 'het naar zee brengen en overhandigen aan de Indische Oceaan', spreekt al tot de verbeelding(= filmlink naar asverstrooing Pa en Ma door Ruby)
Nota bene : Tijdens de verbranding zaten Wayan, zijn zusje en broertje ook het crematieproces gade te slaan en stonden verwonderd te kijken hoe hun vader tot as werd verbrandt. In Nederland past dat niet in de traditie en schijnt verboden te zijn. Ethisch gezien klopt dat misschein, in de Westerse opvatting dat men een menselijk lichaam niet mag zien sterven, afsterven, of door middel van verbranding zien verkolen, verpulveren en tot 'geen mens meer' ziet verdwijnen. Op Bali vinden ze dat een verademing, ja en ik eigenlijk ook, sorry.