Robert Broekhuis

Gerard Petrus Fieret

het bohémienne als claustrofobische ruimte

Als je over de Haagse fotograaf en dichter Gerard Fieret (1924 – 2009) schrijft raak je snel verstrikt in bizarre anekdotes. Natuurlijk zeggen die verhalen veel over de mens die hij was, maar daarmee kun je niet zijn werk beschrijven. In de jaren vijftig kwam Fieret vaak rond etenstijd bij een tante van mij aanwaaien in de Hollanderstraat in Den Haag. Om haar te paaien heeft hij menig maal mijn neefje Peter getekend. Nasi Goreng voor een tekening. Het zijn hoekig en trefzeker getekende portretten van een vijfjarig jongetje. Enigszins Van Gogh-achtig van vorm. Fieret bezat de gave de persoonlijkheid van iemand te laten zien. Met diezelfde scherpe blik keek hij ook naar de mensen die hij fotografeerde. De schitterende voyeuristische vrouwenportretten die hij heeft gemaakt zijn intens en geladen. Vermoedelijk danken ze hun ontstaan aan het onvermogen van Fieret om op een andere manier met vrouwen in contact te komen. Met grote charme wist hij hun ijdelheid te bespelen – een trefzeker wapen – zodat ze zich door hem lieten fotograferen, maar in plaats van de koketterie te laten zien, toont Fieret heel dwingend de ‘condition humaine’.

Enlarge

Gerard Fieret, Naakt met handdoek - Robert Broekhuis

Met de wereld die Gerard Fieret toont is iets wonderlijks aan de hand. Er is geen simpele verklaring voor wat de foto’s van Fieret zo bijzonder maakt, daarvoor raken ze te veel aan diepe en ingewikkelde emoties. Ze roepen herinneringen op aan wat misschien alleen maar dromen zijn of herinneringen aan een voorbije tijd. Je wordt weliswaar meegevoerd in zijn manier van kijken. Maar na een tijdje realiseer je je dat je eigenlijk achter Fieret aan strompelt in een tot mislukken gedoemde poging om te begrijpen waar je eigenlijk naar kijkt. Je staat er buiten. Op de keper beschouwt zou je net zo goed naar een surrealistisch schilderij van de Chirico kunnen kijken. Daar sta je ook buiten. De foto’s van Fieret lijken geen ander doel te dienen dan zich zelf te zijn. Ze suggereren dat ze een ooit bestaande werkelijkheid weergeven. Het is verwarrend dat het daar maar zijdelings mee te maken heeft en dat zijn werk meer zegt over de manier van kijken van Fieret, dan over de onderwerpen die hij fotografeert. Je moet anders kijken: vrijer, associatiever, en je natuurlijke neiging onderdrukken om de werkelijkheid in zijn foto’s te willen zien. Van een schilderij van de Chirico zal je je nooit afvragen of hij het geschilderde in de werkelijkheid zo gezien heeft. Zo moet je ook naar de foto’s van Fieret te kijken. En je vooral niet laten misleiden door het ‘romantische’ aspect van zijn werk: de beschadigde gerafelde en onder de copyright stempels en handtekeningen zittende foto’s. Het is de uiterlijke vorm. Het bohémienne als claustrofobische ‘ruimte’. De stempels en handtekeningen bracht Fieret pas later aan omdat hij er van overtuigd was dat anderen zijn werk zouden stelen. Daar ontlenen zijn foto’s hun kracht niet aan. Ze werken eerder storend. Je moet dus eigenlijk door die stempels heen kijken. Een onmogelijke opgaaf natuurlijk.
Het leven van Fieret was denk ik eenzaam, onzeker en verlaten. Tussen hem en de ander stond uiteindelijk altijd zijn paranoïde aard. Maar Fieret was ook een fantast en een charmeur. Als hij bij Marja en Haye Smith – vrienden van mij uit Den Haag - langskwam (ook rond etenstijd) kon het gebeuren dat hij bijvoorbeeld een touwtje of een dop van een bierfles uit zijn broekzak haalde en over de herkomst een hilarisch verhaal vertelde dat je door niet na te vertellen krochten van zijn ongebreidelde fantasie voerde. Geestig, ontroerend en met grote gevoeligheid voor onwaarschijnlijke details die werden uitvergroot tot wereldoorlogen.

Na zijn dood bleek hij een halfbroer en twee zusters te hebben. Geen van mijn vrienden die hem al jaren kende was van hun bestaan op de hoogte. Ik heb altijd het gevoel gehad dat Fieret het fictieve personage Gerard Petrus Fieret speelde: de bevlogen kunstenaar die overal buiten stond. In de laatste televisie reportage die over hem gemaakt werd door Frank van den Engel zie je het ontstaan van een conflict. Hij wordt woedend en spreekt zijn ongenoegen uit met een sterk Haags accent. De keurig pratende bohémien is uit zijn rol gevallen en de film gunt ons een korte blik op de andere kant van Gerard Fieret.
Als toegift een korte anekdote. In 2008 werd hij vier en tachtig jaar. De Haagse Kunstkring organiseerde in haar galerie op de Denneweg een tentoonstelling van zijn foto’s. Toen hij zittend in een rolstoel langs zijn werk werd gereden, zei hij vol verbazing: ‘ Wie heeft die foto’s gemaakt? ‘ ‘Die heb jij gemaakt Gerard.’ ‘Werkelijk? ….. GENIAAL !!!’

Het Gemeentemuseum Den Haag heeft in november 2009 de artistieke nalatenschap van Gerard Fieret verworven. In het najaar van 2010 zal zij voor een deel te zien zijn in een groepstentoonstelling in het Fotomuseum Den Haag, onderdeel van het Gemeentemuseum. Dan zullen tevens nieuwe publicaties over het werk van Gerard Fieret verschijnen.