Artikel

Verslag van De Energieke Stad

Symposium van Stimuleringsfonds Creatieve Industrie

Dinsdag 26 maart vond in de Mediamatic Fabriek het symposium De Energieke Stad plaats. Een symposium over innovatie en veranderingen in de stedenbouwkundige praktijk. Verschillende sprekers uit het werkveld delen hun ideeën hierover. Wat speelt er in de actualiteit, en hoe moet het in de toekomst?

Favelous serves lunch during Energieke Stad

De Energieke Stad werd door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie georganiseerd in Mediamatic Fabriek, te midden van de Freezing Favela. Door: Erik Diekstra

Alle rechten voorbehouden

De stad ontwikkelen

De steden worden steeds groter. Er komen steeds meer inwoners, maar het is ook crisis en dus is er steeds minder geld om in nieuwe woningbouw en andere stedelijke ontwikkelingsplannen te investeren. Dit is een probleem waar alle stedenbouwkundigen, gemeentes en projectontwikkelaars mee te maken hebben. Hoe kunnen we hiermee omgaan?

Monique Vogelzang bijt de spits af en pleit voor minder hokjesgeest en meer samenwerking. De culturele sector kan volgens haar een belangrijke bijdrage leveren, maar moet meer zichtbaar worden. Pieter Klomp van de Dienst ruimtelijke ordening Amsterdam signaleert een aantal trends in de stedenbouwkundige plannen: reduceren, standaardiseren en faciliteren. Dit faciliteren betekent meer ruimte voor bottom-up initiatieven. Kristiaan Borret maakt een vergelijking tussen de Nederlandse en Vlaamse situatie, waar door meer privé bezit ook meer bottom-up initiatieven zijn. Wouter Vanstiphout van de TU Delft vraagt zich af of gemeenten straks nog wel de middelen hebben om de ruimtelijke ordening goed te regelen. Hij betoogt dat er een principiële scheiding tussen overheid en markt moet komen op het gebied van ruimtelijke ordening. Andere ideeën die in de loop van de ochtend voorbij kwamen: urban dating om verschillende partijen met elkaar in contact te brengen en tot nieuwe plannen te komen, meer gebruik van leegstaande panden, en stadsontwikkeling op de manier waarop ook festivals ontstaan, met meer flexibiliteit en een gezonde mix van bottom-up en top-down planning.

's Middags werden de buiken gevuld met een heerlijke en gezonde maaltijd voorzien door het favelous-team van de Freezing Favela. De couscous, Alkmaarse gort, en het stoofpotje zorgden voor genoeg energie voor onze reis naar de toekomst in het namiddaggedeelte.

Design en architectuur tegen de dreigende projectontwikkelaars

In de namiddag werd het zowel in de presentatie van Olivier Thill als Michiel Hulsof duidelijk dat landbouwgrond over ter wereld dreigt te verdwijnen. Voor Olivier Thill is Egypte daarbij het prototype voor de rest van de wereld, en zijn design en architectuur de sleutelwoorden als we 'distinction' en revolutie willen voorkomen. Michiel Hulsof is journalist en China-expert. Tijdens zijn uiteenzetting gunt hij ons een blik op de situatie op het Chinese platteland, waar boeren steeds vaker pandjesbazen worden doordat hele dorpen worden verkocht aan projectontwikkelaars. Dit Chinees stedenbouwmodel krijgt ook steeds meer invloed op het Afrikaanse platteland. Maar waar we in China zien dat de steden steeds rijker worden, dreigt in Afrika het omgekeerde te gebeuren.

De toekomst van Nederland

De woorden die de stedenbouwkundige toekomst zullen kleuren zijn volgens de sprekers Rogier Van Den Berg, David Smidt en Ronald Rietveld achtereenvolgens upcycling, natuur weer natuur laten zijn, en anticiperen op leegstand. Bij het upcyclen van een omgeving is het belangrijk om behalve kleine fysieke ingrepen ook een programma uit te werken waarbij potentie, kwaliteit en ambities met mekaar te verbinden.

Smidt ziet dan weer vordelen en kansen in landschap. In bepaalde modernistische wijken zoals Nieuw West is er veel groen waar op een traditionele manier voor wordt gezorgd, met de traditionele budgetten. Hij doet een oproep om de natuur meer natuur te laten zijn, en de vruchten hier van te plukken. Ronald Rietveld sluit onze stedenbouwkundige reis naar de toekomst af met een pleidooi voor het serieus nemen van leegstand van onder andere overheidsgebouwen. Vergeet herbestemming maar anticipeer op deze gigantische leegstand door bedrijfssectoren te betrekken en de gebouwen in tussentijd zinvol in te zetten.

Opdrachtgeverschap en (lokale) overheid

Als er gekeken wordt naar de toekomst van de stedenbouw dan zijn er groot aantal veranderingen opkomst. Zo zien we bijvoorbeeld dat steeds vaker de lokale overheid het heft in handen neemt en wordt opdrachtgeverschap veel serieuzer genomen. De uitdaging is echter om de eerste voortekenen van deze veranderingen ook door te zetten.  Het is belangrijk om dit op grote schaal te verwezenlijken en combinaties te zoeken waar mogelijk.  

De rijksadviseurs reactie hierop is dat de grootse opgave volgens hem voor stedenbouwers is om alles wat impact heeft op de stad, te integreren. Dus al die verschillende partijen die invloed uitoefenen bij de stedenbouw te betrekken.  Belangrijk daarbij is om je niet af te laten leiden door randzaken. Daaraan voegt hij later toe: 50 bottom-up opgaves is geen stedenbouw, dit zijn 50 losse iniatieven?. De uitdaging ligt bij het zoeken naar de gemene deler en een overkoepelende partij. Dat heeft een stad als Amsterdam uiteindelijk nodig.

Het publiek herkent dit, maar geeft aan dat klein beginnen soms de enige mogelijkheid is en soms dus juist nodig is.  

Op de vraag of alle partijen in het vizier zijn, wordt opnieuw door het publiek kritisch gereageerd. Zo wist een deelnemer aan het symposium aan te geven dat ongeveer  50% tot 75%  ontwerper is. De grote private ondernemingen/ corporaties ontbraken. Deze zijn volgens hem vooral bezig met een strategisch machtsspelletje.  Nemen zij ons stedenbouwers wel serieus?

Afsluiting

Directeur Stimuleringsfonds Janny Rodermond sluit het symposium af en geeft aan de dit eigenlijk het eindpunt is van 3 jaar onderzoek. Na drie jaar ziet zij dat de oogst niet geweldig is en heeft het Fonds ook het nodige te overdenken. Toch ziet ze ook dat ze veel inzichten hebben opgedaan: stedenbouwers weten waar ze staan, en er is inzicht ontstaan in de samenwerkingspartners en valkuilen. "Grote spelers zien ons misschien nog over het hoofd en het is aan ons om te laten zien dat we de afgelopen 20 jaar wel een hoop hebben gerealiseerd."