Reinier Klok

The Giving green paper

Geven staat op de Britse agenda

Het Britse kabinet wil dat de burger vrijgeviger wordt en pleit voor maatregelen die een cultuurverandering teweeg moeten brengen.

Vergroot

Vrijwilligers bij het Whittington hospital, London - afbeelding gevonden bij The Guardian Reinier Klok

Groot-Brittannië is niet erg vrijgevig, constateert men in de inleiding van The Giving Green Paper, en daar moet verandering in komen. De burger moet meer betrokken worden bij overheidsinitiatieven en zo uiteindelijk zelf ook sneller initiatief gaan nemen.

The Giving Green paper is onderdeel van The Big Society. Het speerpunt van het Britse liberaal conservatieve kabinet dat moet leiden tot een klimaat waarin burgers en lokale gemeenschappen worden aangemoedigd meer initiatief te nemen en uiteindelijk taken van de politiek over te nemen.

Aan een green paper zijn geen verplichtingen verbonden, het is een voorstel dat de regering doet om discussie aan te wakkeren en zo de opinie te peilen voordat de green paper wordt uitgebouwd tot white paper. De white paper kan de aanzet zijn voor wetswijzigingen en nieuwe beleidsvormen.

In een financiële crisis en met afnemende overheidsfinanciering ligt het voor de hand dat de overheid de burger oproept tot geven. Maar in het kader van The Big Society is de focus ruimer, er wordt veel gesproken over het geven van tijd en kennis voor het versterken van sociale cohesie.

De Giving Green paper schetst wat er moet gebeuren wil er een cultuurverandering plaatsvinden waarmee sectoren die sterk op overheidssteun leunen meer self supporting kunnen worden. Er wordt nadrukkelijk gezegd dat financiële steun van de overheid maar een klein onderdeel van de plannen is, en dat er vooral een infrastructuur moet komen waarin het voor bedrijven en burgers vanzelfsprekender wordt bij te dragen. De overheid is de partij die hier en daar voorwaarden zal scheppen, mede mogelijk maakt en partijen bij elkaar brengt. Nieuwe technologie en inzichten uit gedragspsychologie komen uitgebreid aan bod. Waarbij zoveel mogelijk ideeën van buiten de overheid worden gehaald. Want het moet bottom-up en breedgedragen, vanaf het prille begin. Dit resulteert in een erg catchy overheidsrapport. Met GIVES (Great Opportunities, Information, Visibility, Exchange, Support) als kapstok voor de voorwaarden in het voorstel.

Great Opportunities:

geven moet makkelijk, goedkoop en snel kunnen. Bestaande initiatieven als de Pennies Foundation en Everyclick moeten worden uitgebreid. En net als de enorme toename van online winkelen moet ook doneren snel en vanaf de bank kunnen. "Trigger momenten" worden in kaart gebracht: mensen op het juiste moment door de juiste persoon benaderd zijn namelijk sneller bereid zijn te geven.

Information:

het internet bied kansen voor goede doelen om zich op een goedkope manier te profileren. Ook hier moet de burger vaker op de mogelijkheden gewezen worden. Als voorbeeld wordt McDonalds genoemd, die in afwijzingen van sollicitanten suggesties geeft waar iemand aan zijn ervaring kan werken.

Visibility:

geven moet zichtbaar zijn. Mensen gedragen zich graag net als de ander. Als zichtbaar is dat de ander geeft, doe jij dat ook. En als je zichtbaar beloond wordt voor de donatie wil de ander ook beloond worden. De overheid moet het goede voorbeeld geven door transparant te zijn en te beginnen met het vaker en persoonlijker uitten van haar waardering. Naast de bekende onderscheidingen zoals lintjes moet er meer en vaker bedankt worden met dankbrieven van ministers en een nationale dag.

Exchange & reciprocity:

geven is geen eenrichtingsverkeer. Geld uitgeven aan jezelf maakt je minder gelukkig dan geld uitgeven aan anderen. De green paper wil dat beloningsmechanismen onderzocht worden zodat donateurs en vrijwilligers zich langer binden aan een goed doel.

Support:

de overheid zal zich moeten gaan concentreren op het aanmoedigen en ondersteunen van ontstane initiatieven. Succesvolle projecten herkennen, en meer verantwoordelijkheid geven is hier de kunst.

Een mooi rijtje, dat ook in kleine instellingen best als checklist kan worden gebruikt. Dat dit voor een hele natie kan gaan gelden is daarom spannend, maar roept ook vragen op die in veel instellingen al aan bod zijn geweest met de komst van internet en de aandacht voor crowdsourcing.

Hoe verzeker je bijvoorbeeld dat mensen daadwerkelijk gemotiveerd worden zich in te zetten? Wat als er na grote investeringen en veranderingen blijkt dat niemand geïnteresseerd is? De vraag is ook of bepaalde gemeenschappen niet de overhand krijgen en meer bevoegdheden krijgen, terwijl andere gemeenschappen minder assertief zijn.

In de paper komen deze vragen ook aan bod, maar de oplossingen zijn minder concreet dan de suggesties in het GIVES rijtje. De nadruk ligt ook hier op het sociale vlak. Grafieken laten zien dat vrijwilligerswerk in kunst en musea op een na de minst populaire activiteit is om te doen. Maar waar ligt het initiatief om dat te verbeteren, bij de culturele sector, of de overheid?

Bij het geven van geld staat de kunstsector helemaal onderaan, maar gelukkig zijn ook de oplossingen daar wat concreter. Maak donateurs bijvoorbeeld duidelijk waar je het geld voor wil gebruiken, laat zien hoeveel er al bijgedragen is en wat de meeste mensen bijdragen.

De ambities, motivatie en voorbeelden in deze paper zullen af en toe wringen bij de culturele professional, toch levert vooral de koppeling met gedragspsychologie een aantal interessante en nuttige inzichten op die het tot een waardevol document maken.

The Giving green paper is hier te downloaden