Mediamatic Magazine vol 4 #1+2 Louis Bec 1 jan 1989

Chimérique Teratologie permuteert Déjà-Vues

Of van prothese naar endothese

Het transformerende vermogen van de technowetenschappen ondergraaft een groot aantal van de gangbaarste concepten en praktijken.

Vergroot

Chimérique Teratotolie -

Zo openen de nieuwe, aan de genetica gelieerde technologieën voor de verschillende assemblage- technieken een veld van onderzoek, waarvan bepaalde aspecten voor het eerst het licht zien.

Het principe van het toevoegen of vermenigvuldigen, dat sinds mensenheugenis het technische denken en de constructie van voorwerpen en modellen diepgaand heeft bepaald, krijgt langzaam maar zeker een epistemologische, esthetische en technische status.

Schematisch gezien betekent dit een verschuiving van een accomodatie van het oog naar een functioneel autonome integratie. Een verschuiving van het Archimboldo-effect naar de xenoplastische gedrochten van de genetici.

Wat niet meer was dan gedrochtelijke, chimerische assemblages, toevallige of decoratieve verbindingen, technische en industriële constructies van bouten en moeren, wordt een ‘organisch’ stelsel, een ‘hypostructuur’ die een onder de assemblage gelegen continuum openbaart, een onder-grond waar ongekende koppelingen tot stand komen.

Totaal verschillend van de kunstmatige prothesen werpen deze ‘endothesen’ zich op als de nieuwe vormen van samenvoeging.

De assembleur-modelleur werkt niet langer op mechanische wijze aan de uitwendige verschijning van het fenomeen, maar voert tijdens het proces mutagene elementen in die in achtereenvolgende fasen het voorgeprogrammeerde object doen verschijnen.

Een associatieve en onirische verbeelding wordt aldus opgeofferd ten gunste van een procesmatige verbeelding waarin de morfogenetische. programmatische en numerieke evolutie centraal staat.

Het door deze verbeelding gemodelleerde produkt is een evolutieve chimerisatie. waarvan elke constitutieve fase verloopt onder variabele condities, met als eindresultaat een ondeelbaar geheel.

Er is hier wel degelijk sprake van chimaera en chimerisatie. Dat wil zeggen van objecten die het voortspruitsel, het produkt zijn van tenminste twee entiteiten die voorzien in de texturele, functionele en formele bestanddelen van de koppeling.

Aan deze verschuiving ligt de genetica, de embryologie en de teratologie ten grondslag. De informatica produceert op haar beurt, met behulp van algoritmen en automatische overdracht, metamorfe vormen.

De dicrensystematicus die werkzaam is op het grensgebied van de epistemologie en de kunst, ziet zichzelf niet alleen geconfronteerd met deze situatie, maar roept haar in bepaalde opzichten ook op en versterkt haar. De nieuwe verhoudingen tussen de natuurwetenschap, de beeldende kunst en de technologie vragen om andersoortige benaderingen, methoden en praktijken, gericht op de verschillende wijzen van het ‘aan elkaar plakken’.

Door parallelle of complementaire dierensystemen uit te werken, chimeriseert hij elementen uit het directe en rationele denken met elementen uit het indirecte en symbolische denken.

Door de schepping van een systematische zoölogie en organismen met de naam Upokrinomenes. implanteert hij in het hart van de ‘wetenschappelijke’ zoölogie, een expansieve zoölogie, een zoölogie van de veranderbaarheid. een ‘hvpofanische’ zoölogie, een potentiële dierwording, die op slinkse wijze de semantische hiaten in de representatie van het leven ondervraagt.

Door de schepping van soortgelijke sluwheden en de chimerisatie van zoösystematische modellen, ontwikkelt de dierensystematicus een ‘hypocriete methodologie’, de enige list waarmee hij greep kan krijgen op het fluctuerende, het veelvormige en het veranderlijke.

De fotografische documentatie toont Upokrinomenes die op een computer zijn gegenereerd. Deze methode om technoniorfogenesen voort te brengen biedt de mogelijkheid om artefacten te produceren, om te komen tot een taxonomie van de promiscuïteit en de vage zones.

vertaling Arjen Mulder