Mediamatic Magazine vol 6 #1 Jules Marshall 1 jan 1991

Panic Biology

Al in 1968, voordat fax, kabeltelevisie en personal computers hun intrede hadden gedaan, merkte Marshall McLuhan op dat in perioden van technologische en culturele overgang onveranderlijk talloze gevoelend van verwarring en diepe wanhoop optreden.

Vergroot

Panic Biology -

Doordat we hedendaagse problemen met methoden en ideeën uit vroeger tijden wilden oplossen, leefden we volgens hem in een tijdperk van Angst. Op het ogenblik is diezelfde technologische en culturele overgang nog veel sterker. Het conflict tussen oud en nieuw verhevigt zich in dezelfde mate als communicatienetwerken ons de mogelijkheid ontnemen ons aan die wetenschap te onttrekken. Met verwarring en wanhoop zijn we al lang vertrouwd in dit nieuwe tijdperk van Paniek. De Epidemiologie van paniek geeft ons misschien inzicht in wat ons te wachten staat.

Aanvallen van paniek: Een plotseling opkomend intens gevoel van angst of dreigend onheil, dat gepaard gaat met lichamelijke sensaties als ademnood, hartkloppingen, pijn in de borst, duizeligheid, tintelende handen en voeten, opvliegingen en koude rillingen, zweten, flauwvallen, trillen en een onwezenlijk gevoel.

Dr. David Clarke cognitive psychologist

Eén op de twintig mensen in Groot-Brittannië heeft wel eens een aanval van paniek en er is weinig reden om aan te nemen dat deze cijfers drastisch verschillen van die in andere post-industriële samenlevingen. Deze gevoelens treden zo plotseling en zo hevig op dat degenen die hieraan ten prooi vallen vaak denken dat er lichamelijk of geestelijk iets vreselijks met ze gebeuren gaat, dat ze flauw zullen vallen, de controle over zichzelf verliezen, een hartaanval krijgen of gek worden. Aan sommige aanvallen gaat een duidelijk herkenbaar moment of korte periode van angst vooraf, maar andere komen zomaar ineens op. Aanvallen kunnen opgewekt worden door allerlei prikkels, van buitenaf - zoals naar de supermarkt gaan - , maar nog vaker door prikkels van binnenuit, een bepaalde gedachte of voorstelling (dit zijn zeer kortdurende en vaak bizarre beelden: men ziet zichzelf liggen in een kist of op straat in elkaar zakken), of door een bepaalde sensatie. Volgens Dr. Clarke, die aan de Universiteit van Oxford onderzoek doet naar paniek, kunnen aanvallen door experimenten op allerlei manieren worden opgeroepen, bijvoorbeeld door toediening van sodiumlactaat of yohimbine, door teveel koffie drinken en door opzettelijk hyperventileren - maar alleen bij mensen die al eerder aanvallen hebben gehad. In hoeverre deze mensen de experimenten aangenaam vonden of niet werd bepaald door hun verwachtingen en van wat ze zich herinnerden van vorige ervaringen, wat erop kan wijzen dat deze middelen alleen maar paniek oproepen bij patiënt en als de lichamelijke ervaringen op een bepaalde manier worden geïnterpreteerd.

Dit onderzoek wijst erop dat bij het cognitieve gedragsmodel van paniek niet zozeer gebeurtenissen op
zich, maar eerder de verwachtingen en
interpretaties van mensen verantwoordelijk
zijn voor aanvallen. Bij angst hebben de belangrijke interpretaties te maken met lichamelijk of psychosociaal gevaar. In het dagelijkse leven zijn er veel objectief gevaarlijke situaties en waarnemingen zijn vaak realistische taxaties van dreiging: bijvoorbeeld als een auto recht op iemand afkomt of als een straatrover een mes trekt. In zulke gevallen is de automatische en reflexmatige activering van ons angstpatroon een juiste reactie. Maar angst kan omslaan in paniek als de lichamelijke sensaties die bij normale angstreacties horen totaal verkeerd geïnterpreteerd worden. Die verkeerde interpretatie houdt in dat men denkt dat deze sensaties gevaarlijker zijn dan ze in werkelijkheid zijn.

Deze lichamelijke reacties stammen uit ons evolutionaire verleden en waren oorspronkelijk bestemd om ons te beschermen tegen gevaar in een primitieve omgeving. Door angst treden er in ons autonome zenuwstelsel veranderingen op die ons voorbereiden op vechten, vluchten of flauwvallen. Hiertoe behoren remming van het gedrag op dat moment en het afspeuren van de omgeving naar mogelijke bronnen van gevaar. Om precies te zijn, informatie van binnen en van buitenaf bereikt in de hersenstam de noradrenerge zenuwcellen, die op hun beurt weer een belangrijke rol spelen in de controle van het autonome zenuwstelsel. Prikkeling van deze zenuwcellen veroorzaakt een waterval-effect, waarbij zenuwen, prikkeloverdragers en hormonen betrokken zijn, die via elektrochemische weg informatie overbrengen. Zelfs in ons lichaam zijn de media de boodschap.

Ons Emotionele Oerbrein

In Bladerunner van Ridley Scott onderscheidt de klonenjager mensen van klonen door een serie vragen te stellen die erop gericht zijn een autonoom antwoord aan het licht te brengen. Hij vertrouwt eigenlijk op het feit dat alle menselijke wezens onwillekeurige fysiologische reacties vertonen, niet zozeer op reële gebeurtenissen, maar op beelden, geluiden, herinneringen of geuren. Wij noemen dat emoties en die emoties komen voort uit onze oerhersens, die zich 250 miljoen jaar geleden ontwikkeld hebben. Dit deel van de hersens, dat we kennen als het Limbische systeem of hersenstam, bevindt zich bovenaan ons ruggemerg en is daarmee verbonden, evenals met onze perifere en interne sensibele receptoren. Bovenop de hersenstam bevindt zich het stuk hersenen waarop we het meest trots zijn, de één- centimeter- grote hersen- schors, die verantwoordelijk is voor ons 'hogere' of rationele denken. Ons emotionele oerbrein mag dan aan het oog onttrokken zijn, het doet, zoals we weten, wel degelijk van zich spreken.


Gewoonlijk treden aanvallen van paniek op als iemand halverwege of aan het eind van de twintig is. Het is dan ook niet toevallig dat onderzoekers hebben gevonden dat belastende gebeurtenissen in een leven veelvuldig de stoot geven tot het optreden van aanvallen, meestal als er een crisis dreigt. Mensen die aan aanvallen van paniek lijden hebben meestal gestoorde opvattingen omtrent zichzelf en hun omgeving, vooral met betrekking tot kwesties als acceptatie, competentie, verantwoordelijkheid, controle en de angstsymptomen zelf. Als mijn baas tegen me schreeuwt, moet ik wel waardeloos zijn, of Als niemand mijn etentje geslaagd vindt, zal ik wel saai zijn. Met andere woorden, de meeste paniek is tegenwoordig eerder psychosociaal dan lichamelijk van aard: een deadline, iemands status op zijn werk, vervuiling in de Golf etc. Werk, relaties en de eco-politieke toestand in de wereld zijn in de plaats gekomen van sabeltandtijgers als oorzaken van paniek. Moderne stedelingen leven onder hoogspanning en kunnen geen kant op.

De therapie voor mensen die er dergelijke rampzalige misvattingen op na houden behelst rationalisatie van hun angsten door een mengeling van empirisme (ze worden geholpen te beseffen dat ze geen hartaanval hebben als ze hun hart voelen kloppen), uitleg van wat paniek inhoudt, training in ontspanning om de positieve feedback van aanvallen te doorbreken en men krijgt bezigheidsschemas om de tijdsdruk en andere oorzaken van de angst te verminderen. Tenslotte worden ze aangemoedigd om hun automatische gedachten verbaal te bestrijden.Waar de cognitieve wetenschappers het maar niet over hebben is de angst dat we terecht in paniek raken. Veel bronnen van angst zijn helemaal geen misvattingen: de maatschappij kan het snel veranderende werkgelegenheids- en arbeidspatroon inderdaad niet meer bijbenen; de wereld wordt echt steeds meer verpest door vervuiling; de economie wórdt steeds chaotischer; collega’s vallen echt dood op hun 45ste en de wereldbevolking rijst inderdaad de pan uit, ondanks hongersnood.

De Gaia Hypothese

McLuhan gaf de schuld van dit paniek-milieu aan het betrekkelijk moderne arbeidspatroon dat 'werk' heet. Van de 15de tot de 20ste eeuw werd door het alfabet en de druktechniek een fragmentarisch werkproces gecultiveerd en aangemoedigd, een proces van specialisering, scheiding en fragmentatie van de verschillend arbeidsfasen. Auteurschap zoals we dat tegenwoordig kennen - een individuele prestatie en het boek als economisch produkt – was praktisch onbekend voor de komst van de druktechniek. Doordat teksten
mechanisch vermenigvuldigd
konden worden, ontstond er een
lezerspubliek van verschillende
individuen met verschillende standpunten. Door de steeds meer op de consument
gerichte cultuur kwamen kwalificaties als
authenticiteit en bescherming tegen diefstal en
plagiaat in het geding. Het idee van copyright – het exclusieve recht om een literair of artistiek werk te reproduceren, publiceren en verkopen – was geboren. McLuhan zag dat door de electronische technologie uit 'het publiek' 'de massa' was ontstaan. Door middel van fotokopiëren kan iedereen informatie verspreiden.

Nu hebben we computernetwerken, desk top publishing, desk top video en goedkope recorders om ze af te spelen; het verzamelen, bewaren en verspreiden van informatie is een stuk makkelijker - en persoonlijker. Brede
informatie voor de massa is vervangen door gerichte informatie voor en
door individuele personen en belangengroepen. McLuhans massa is een
onbeperkte hoeveelheid massa’s geworden, die zelfs virtuele bevolkingsgroepen
overlapt. We kiezen nu wat, wanneer en van
wie we iets willen weten (tot op zekere hoogte dan). Alle media zijn uitbreidingen van een of andere menselijke functie, of dit nu psychisch of fysiek is. Een uitbreiding van een zintuig verandert onze manier van denken en doen, onze opvattingen over de wereld . De nieuwe technologie eiste volgens McLuhan dat we de weelde van het fragmentarische standpunt verlieten voor een meer gelijkgeschakelde zienswijze. In feite reageerde de cultuur, ook in McLuhans tijd, hier al op. De technologie had ons de middelen gegeven om de aarde als één systeem te beschouwen. In 1967 publiceerde James Lovelock de 'Gaia Hypothese' (de hypothese dat Gaia, de aarde, een complexe eenheid is waarvan de biosfeer, de atmosfeer, de oceanen en het land deel uitmaken; het geheel vormt een feedback- of cybernetisch systeem met de capaciteit onze planeet gezond te houden door het chemische en fysieke milieu te beheersen). Onze relatie met de aarde, die verbroken was door enkele eeuwen industriële consumptiemaatschappij gebaseerd op overheersing van de natuur, zou gaan veranderen.

Lovelocks hypothese werd verder uitgewerkt door filosofen als Peter RusselI, die in The Awakening Earth zegt dat Gaia 18 van de 19 eigenschappen van levende wezens heeft zoals die geformuleerd zijn in de Algemene Systeem Theorie; de enige eigenschap die (nog) niet gevonden is, is reproduktie. In dit licht bezien is McLuhans idee dat de electronische media een uitbreiding zijn van ons zenuwstelsel een te eenvoudige voorstelling van zaken. De electronische media zijn de uitbreidingen van onze lichamelijke media.

Meer dan 3000 satellieten, die op de steeds breder wordende grens van onze informatieketen zijn gestationeerd, zijn de zintuigen van onze planeet. Zij ontvangen informatie over ons milieu, zowel interne (de staat waarin Gaia verkeert) als externe (het heelal waarin Gaia zich bevindt). Zenders stralen deze informatie door en doen de planeet baden in informatiesignalen, net zoals hormonen een soort communicatieservice leveren die integreert in de activiteiten van de verschillende celgroepen door in onze eigen lichamen rond te cirkelen. Duizenden kilometers koper en glas enerveren het lichaam aarde en brengen steeds preciezere digitale informatie van zenuwknoop naar zenuwknoop, van orgaan naar orgaan, net zoals zenuwen dat doen in ons eigen lichaam en deze informatie wordt weer afgeleid, getransformeerd en vermeerderd door uitgebreide telefoonverbindingen – de digitale synapsen van het zenuwstelsel van Gaia. 
Als mensen als Lovelock en Russell gelijk hebben dat de aarde één biologische eenheid is, is het dan niet voorstelbaar dat de aarde zélf in paniek raakt? Het is het werk van ons zenuwstelsel en maag-darmstelsel om ons lichaam in een staat van evenwicht te houd en om de temperatuur en het niveau van ontbonden gassen en voedingsstoffen etc. binnen acceptabele waarden te houden. Hiertoe behoort ook de prikkel tot een paniekreactie als zich een levensbedreigende situatie voordoet. Als wij een deel van Gaia zijn, in hoeverre is ons collectieve intellect dan ook een deel van Gaia?

De Informatie-Revolutie

Derrick de Kerkhove van het McLuhan Instituut in Toronto gelooft dat taal – het medium van informatie - gezien kan worden als de software van het individu, de software van de menselijke soort of de software van onze planeet. Vormen wij als soort een Aards zenuwstelsel en hersenen, die bewust veranderingen in het milieu kunnen voorzien? Of we het nu leuk vinden of niet, we beginnen al als zodanig te functioneren. Zoals Lovelock zei: Onze technische inventiviteit en ons steeds geavanceerder communicatie netwerk hebben de waarnemingsmogelijkheden van de aarde sterk vergroot. Door ons is de aarde nu wakker en zich bewust van zichzelf, zij heeft zich weerspiegeld gezien in de ogen van astronauten en de televisiecamera’s van rondcirkelende satellieten.

Als dit wat teveel 'New Age-achtig'
klinkt, stel u dan maar eens voor hoe
onze hersenen functioneren als
controlesysteem: we weten het niet
precies. Eén hypothese is echter dat
bij een reactie in het gedrag alle of bijna alle zenuwcellen in de hersenen
betrokken zijn en dat verschillende
reacties de statistische uitkomst zijn van
subtiel verschillende patronen van
zenuwactiviteit. Als de statistische conclusie van het wereldinformatienetwerk op een
gegeven moment is dat de zaak er knap uitzichtloos voorstaat. dan is paniek in de media over de hele wereld de natuurlijke reactie.

Een algemene fout van menselijke systemen is dat een correctie, de negatieve feedback, te vroeg of te laat wordt toegepast: denk maar eens aan een dronkaard die onvast naar een lantaarn paal loopt, welke 'op hem afkomt en tegen hem
aanbotst', terwijl het de alcohol is die zijn reactievermogen vertraagt, waardoor hij niet in staat is op tijd uit te
wijken: of iemand die leert autorijden, die het stuur helemaal omgooit
omdat hij niet op tijd in de gaten heeft
dat hij afwijkt van zijn koers. Als er
een substantiële vertraging van een
reactie optreedt, vooral wanneer gebeurtenissen plaatsvinden binnen een redelijk
scherp afgebakend tijdsinterval, kan de correctie van een negatieve op een positieve feedback
uitlopen. Een hevige schommeling kan het resultaat zijn. Het is al vreselijk wanneer het achter het stuur van een auto gebeurt – maar hoe zit het als dit zou gebeuren met de hele biosfeer?

Als we de historie als collectieve soort erop nagaan, in het bijzonder onze relatie met het wereldmilieu, kunnen we een serie herhalingen onderscheiden. Er zijn perioden van snelle technologische
ontwikkeling die schijnbaar leiden
tot een milieuramp. Hierop volgt
een periode van stabiliteit en coëxistentie met een nieuw en gewijzigd
ecosysteem. Het jagen, door bossen
in brand te steken, in het Stenen
Tijdperk leidde tot de vernietiging van
de ecosystemen van de bossen, maar dit
werd gevolgd door het ontstaan van de
ecosystemen van de grote savannen en een nieuwe periode van coëxistentie. In Engeland leidden de
Acts of Enclosure, die de toegang tot het gemeenschappelijke land verboden, tot de opkomst van het typisch Engelse landschap met de door heggen omzoomde gebieden - indertijd werd dit als een ecologische ramp beschouwd.

De snelle verspreiding van informatie over het milieu helpt de tijdsconstante van onze reacties op nadelige veranderingen verminderen. Technologie - vooral computers, die alle andere apparaten hebben samengevoegd tot een semantisch netwerk - heeft onze capaciteit om informatie te vergaren, vergelijken en manipuleren enorm vergroot. Anderla heeft berekend dat, als we de hoeveelheid informatie in de wereld die een goed opgeleide burger ter beschikking staat in het jaar 1 van onze jaartelling stellen op 1 eenheid (R.A. Wilson noemt deze J of Jezus), het 1500 jaar duurde om deze te verdubbelen en nog eens 250 jaar om dit weer te verdubbelen.

Met andere woorden, de burger uit 1750 had vier maal zoveel informatie ter beschikking als de burger uit het jaar 1. In 1900 was dit verdubbeld tot 8J en in 1950, toen de televisie begon op te komen, was het nog eens verdubbeld (16J); de hoeveelheid informatie van de wereld verdubbelde weer in het volgende decennium en in 1967 - het begin van de informatie-revolutie - had deze 64J bereikt. In het laatste jaar dat door Anderla werd bestudeerd, 1973, had een mens 128 maal meer informatie tot zijn beschikking dan zijn tegenhanger in het jaar 1. De meest recente schatting van het verdubbelingscijfer tegenwoordig is eens per 18 maanden.


De wiskundige Theodore Gordon toonde aan dat naarmate de informatiestroom sneller gaat, het aantal fractals in een systeem toeneemt, d.w.z. de wereld wordt steeds gekker en minder voorspelbaar. Verder wees Lovelock zelf op het volgende: //Net zoals aangetoond is dat een mens die verlies aan zintuigelijke waarneming ervaart aan hallucinaties lijdt, zou het zo kunnen zijn dat de makers van ecologische modellen die in steden wonen eerder gevoelig zijn voor nachtmerries dan voor de realiteit. Met onze nieuwe hardware beginnen we aan de eerste ontdekkingsreizen naar de wereld van de informatie – de ideeënruimte. Zal dit opnieuw leiden tot een verstoring van het milieu? Is de vervuiling van de ideeënruimte al begonnen met de vaagheid en entropie van taal vergeleken met vroeger?

Zo ja, hoe komt de aarde dan te weten of de wereldwijde aanvallen van paniek van de media te wijten zijn aan een rampzalige foute inschatting of een realistische inschatting van de problemen? En hoe komt u dat te weten? Informatie is het gehalte van de informatie die wordt uitgewisseld met de buitenwereld, daar we ons eraan aanpassen en onze aanpassingen eraan kenbaar maken en daarom is effectief leven, leven met de juiste informatie. Er is geen weg terug uit cyberspace.

Vertaling Noor van Dam