Do You Feel It Too?

Een nieuw ervaringsparadigma in de maak Met Joost de Bloois, Aetzel Griffioen, Jonas Staal en Nicoline Timmer

17 dec 2010
  • 20:30
  • Perdu
  • Kloveniersburgwal 86, Amsterdam

In de filosofie, de literatuur en de hedendaagse kunst zijn stappen ondernomen de postmoderne kritiek en ervaringsstructuur te doordenken. Een nieuw ervaringsparadigma lijkt daarbij in de maak: de constructie van een ‘gedeelde ervaringswereld’ en de constructie van een zelf in relatie tot de ander. Circulerende sleutelwoorden zijn intersubjectiviteit, inter-esse, intermedialiteit, interculturaliteit (kortom een ‘tussen’), alsook emphatie, oprechtheid, kwetsbaarheid en verbondenheid.

Vergroot

Stichting Perdu - bron

Zo signaleert literatuurwetenschapper Nicoline Timmer in haar boek Do You Feel It Too? The Post-Postmodern Syndrome in American Fiction at the Turn of the Millennium dat schrijvers zoals David Foster Wallace, Dave Eggers en Mark Danielewski in hun werk een nieuw relationeel, zelfbeeld creëren. Filosoof Henk Oosterling pleit in zijn boek Woorden als Daden voor een relationele filosofie en discoursomslag waarin basisconcepten als relatie, reflectie, verantwoordelijkheid en interesse centraal staan. Hedendaagse kunstenaars onderzoeken de verbintenissen die tekst en beeld, en tijd en ruimte in verschillende vormen van expressie onderling aangaan, aldus curator en kunstcriticus Nicolas Bourriaud in zijn Altermodern Manifesto. Beeldend kunstenaar Jonas Staal hekelt in zijn werk Tegen Ironie, gemaakt met schrijver Vincent van Gerven Oei, de ironie als opzettelijke strategie om vanaf veilige afstand ongebonden kritiek te leveren. Hij pleit voor stellingname en met open vizier positie innemen in verbondenheid met het complexe netwerk dat onze samenleving is. Illustratief voor zijn kunstenaarschap.

Perdu onderzoekt het nieuwe ervaringsparadigma met literatuurwetenschapper Nicoline Timmer, kunstenaar Jonas Staal, filosoof Aetzel Griffioen en literatuurwetenschapper en cultuurcriticus Joost de Bloois. Zij zetten de geschetste ontwikkelingen nader uiteen en gaan met elkaar in gesprek over vragen als hoe die ‘gedeelde ervaringswereld’ en ‘relationele zelfbegrippen’ in de verschillende voorstellingen eruit (kunnen) zien. Welke overeenkomsten en verschillen treffen we aan? Ligt er ruimte voor agency in besloten? Op welke wijze wordt een oprecht verbinden mogelijk gemaakt. Is de nieuwe ervaringswereld levensvatbaar in de postmoderne laat-kapitalistische wereld van vandaag?