interview Ernest van der Kwast 15 dec 2005

Interview Jo Houben - directeur Kunstenaars&Co

Het is een harde wereld

Kunstenaars & Co wil kunstenaars stimuleren bij het ontwikkelen van een rendabele beroepspraktijk. Netwerk CS verslaggever Ernest van der Kwast sprak met directeur Jo Houben over de gevaren van het kunstenaar zijn. Maar ook over de kansen.

Vergroot

Jo Houben -

With:

In elke nieuwsbrief die Netwerk CS tussen 2002 en 2008 verspreidde, werd een directeur geïnterviewd over het diversiteitsbeleid van zijn of haar instelling. De interviews geven een mooi beeld van de ontwikkeling binnen organisaties en in de cultuursector.

december 2005

Kunstenaars&CO houdt kantoor in een herenhuis aan de Nieuwe Herengracht in Amsterdam. Het is nog vroeg als ik binnenstap. Verscheidene medewerkers staan met een kop thee of koffie in hun hand met elkaar te praten. Ik heb een afspraak met Jo Houben, directeur van de stichting die als doel heeft kunstenaars te stimuleren bij het ontwikkelen van een rendabele beroepspraktijk. Een mevrouw vertelt dat ik nog even moet wachten. Ik pak wat informatiefolders uit een rek en ga op een soort van poef zitten. Onlangs ben ik met mijn studie economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam gestopt om me volledig op het schrijven te storten. Van mijn boeken kan ik niet leven. Van mijn boeken kan ik net eten. Daarom schrijf ik columns, verhalen en interviews. Soms is het werk dat me niet helemaal lekker zit, maar wie het warm wil hebben in de winter, is bereid compromissen te sluiten.
Maar moet een kunstenaar compromissen sluiten? Is een kunstenaar niet veel beter af als hij alleen zijn hart volgt? Wordt de grootste kunst niet gemaakt in tijden van armoede en misère?

Jo Houben verwelkomt me met een kop koffie. Hij vertelt over de ontstaansgeschiedenis van Kunsternaars&CO. Ooit waren er drie organisaties die verschillende activiteiten uitvoerden ten behoeve van de Wet Inkomensvoorziening Kunstenaars (WIK), tegenwoordig de WWIK (Wet Werk en Inkomen Kunstenaars). Niet alle kunsten vielen onder dezelfde rechtspersoon. Nu is er één organisatie, Kunstenaars&CO.

‘Dat is in 2002 gebeurd,’ zegt Houben. ‘Je kunt veel leren van de verschillen tussen beeldende en podiumkunsten. Door de samenvoeging van de drie organisaties kunnen we effectiever functioneren, en het ondersteuningsaanbod voor kunstenaars vergroten. Elke kunstenaar, zowel de autodidact als degene die kunstvakonderwijs heeft gevolgd, die meent recht te hebben op ondersteuning bij de start en bij het rendabel maken van zijn kunstbedrijf kan zich richten tot één van de twintig centrumgemeenten. De gemeenten vragen vervolgens Kunstenaars&CO om een zogenoemd beroepsmatigheidsonderzoek uit te voeren. Op basis van ons advies besluit de gemeente vervolgens of iemand wordt toegelaten tot de WWIK.
Kort gezegd toetsen we kunstenaars die toegelaten willen worden tot de WWIK, op vijf wegingsfactoren: presentatie, productie, positie, inkomen en opleiding. Als je geen opleiding hebt gevolgd, maar wel goed scoort op de overige punten kun je toch in aanmerking komen voor een WWIK-uitkering. Die uitkering bedraagt 70% van het bijstandsniveau. De kunstenaar zal gedurende de WWIK periode ook zelf actie moeten ondernemen om een aanvullend inkomen te verdienen.’

Ik schrijf driftig met de woorden van Houben mee. Ik onderneem actie.
‘De laatste jaren is er bij kunstenaars sprake van een zakelijke omslag. De hunkering naar grootse erkenning gaat meer en meer gepaard met het verlangen naar een eigen inkomensvoorziening. Door deze omslag in denken zijn ook de taken van Kunstenaars&CO aan verandering onderhevig. Vroeger werd geprobeerd het inkomensprobleem voor de kunstenaar op te lossen. Iets wat overigens nooit echt lukte. Nu proberen we kunstenaars zodanig te ondersteunen dat ze zelf voor een redelijk inkomen kunnen zorgen. We doen dat ondermeer door coaching, opleidingen, werkervaringsprojecten en een kredietregeling voor kunstenaars. Daarbij wordt er vanuit gegaan dat de meeste kunstenaars niet alleen van hun kunstproductie een redelijk inkomen kunnen verwerven. Dus naast kunst moeten er vaak ook nog andere werkzaamheden verricht worden. Dan kan variëren van docentschap, community art, tot branchvreemde bijbanen.’

Wil ik mijn hele leven alleen schrijven? Kan ik niet beter ook achter de kassa van de Albert Heijn gaan zitten? Het schrijven van boeken is als een marathon lopen; het zal nooit licht zijn, maar je kunt er wel steeds beter in worden. Wil ik van mijn leven een marathon maken?

‘Onlangs werden we benaderd door de organisatie van een congres, die wilden graag dat kunstenaars beelden gingen maken bij het thema van het congres. Daar hadden ze tien dagen de tijd voor. Voor een kunstenaar kan zo’n tijdslimiet ook een verademing zijn. Soms werkt iemand jaren aan één project. Nu moesten ze in tien dagen iets af hebben. Er was een flink aantal ontwerpbeperkingen, maar binnen de perken kunnen de mogelijkheden net zo groot zijn als er buiten! Ook in opdracht kun je je talenten benutten en is er meestal genoeg ruimte voor een eigen invulling.’

Wat is mijn eigen invulling met betrekking tot dit interview? Ik schrijf graag over vrouwen. Op weg naar het kantoor van Kunstenaars&CO had ik een mooie, jonge vrouw gezien achter de ramen van een herenhuis. We keken elkaar lang aan, maar ik moest verder, een interview afnemen voor Netwerk CS. Ze had lang stevig zwart haar.

‘Een van de projecten die we doen, is Beroepskunstenaars in de Klas. We leren kunstenaars projecten te ontwikkelen en die uit te voeren met basisschoolkinderen. Muziekles is voor veel kinderen vaak even saai als wiskunde, maar dat is anders als leerlingen een project doen met een echte muzikant. We plaatsen een kunstenaar in een andere omgeving, maar wel met zijn eigen beroepspraktijk als uitgangspunt. De kunstenaars die meedoen aan dit project zijn vaak al lang kunstenaar.
Samen met Netwerk CS willen we ook jonge kunstenaars helpen, ook als ze (nog) niet voor de WWIK in aanmerking komen. We willen ze op weg helpen om hun dromen uit te laten komen door met hen samen een route te ontdekken die ze moeten gaan afleggen. Het is geen makkelijke weg, de weg van de kunstenaar. Het is een harde wereld. Het project dat we met Netwerk CS hebben opgezet heet Van talent naar beroep. Één van de kernpunten is het duidelijk zichtbaar maken van de toegangsbarriëres, van het kunstvakonderwijs, van de creatieve industrie, van de fondsen, van het zelfstandig ondernemer zijn. We willen deze barriëres niet opheffen, dat duurt veel te lang; de huidige jonge kunstenaars zijn tegen de tijd van opheffing tegen de veertig, daar heeft niemand wat aan. We willen jonge kunstenaars helpen die toegangsbarriëres te doorbreken, te omzeilen. Een kunstenaar willen we voorbereiden op de beroepspraktijk, maar hij moet zelf de kar trekken, plannen maken, aanvragen schrijven, auditie doen of solliciteren. We stellen de jonge kunstenaar ook bewust de vraag: is deze sector wel iets voor jou? Het is een harde wereld. Niet iedereen krijgt subsidie of vindt werk als breakdancer.’

Van mijn debuutroman zijn er 700 exemplaren verkocht, waarvan mijn moeder zeker goed is voor twintig procent. Zelfs de vuilnisman heeft een exemplaar van Soms zijn dingen mooier als er mensen klappen gekregen.

‘Een project als Van talent naar beroep dwingt ons bij de tijd te zijn, we moeten coaches bijscholen, omdat het project nieuwe kunstenaars in spe wil bereiken. Het is veelal maatwerk. Door de samenwerking met Netwerk CS hebben we hun en onze deskundigheid uitgebreid zodat we samen kunstenaars een passende ondersteuning kunnen bieden. Gelukkig werken we ook met coaches van buiten, freelancers die van al die markten thuis zijn. En er zijn nieuwe mensen aangenomen, waaronder een projectleider, een kwartiermaker zoals we die noemen.
We willen met Van talent naar beroep niet teveel een ideologisch debat voeren, maar vooral mensen meer en nieuwe ervaringen op laten doen, opdat ze zichzelf de vragen kunnen stellen: is dit iets voor mij? Wil ik dit echt, kan ik dit echt? Laat ze maar zeker zijn van hun zaak!’

Enkele minuten later sta ik buiten, op de Nieuwe Herengracht, in de harde wereld. Mijn laptop zit in mijn rugtas. Er moet een interview af, vervolgens een column, daarna een verhaal, dan een boek, en nog een, en nog een. Een marathon van teksten.
Is dit iets voor mij?