Henri Bergson – 'Duurdenken' en de invloed op de hedendaagse kunst

door Raoul Teulings

4 nov 2009
24 feb 2010

"Ik leef alleen nog van het woord anders". uit: Carl Einstein, Bebuquin, 1912.
De boven geciteerde uitspraak van de pre-Dadaist Carl Einstein is niet de enige die men kan vinden die voortgekomen is uit een intensieve relatie
tussen de invloed van het denken van de Franse filosoof Henri Bergson op de kunsten.

Vergroot

flyer-w139-voorkant.jpg - Joris Lindhout

Bergson heeft naast andere dichters als Einstein ook schrijvers als Marcel Proust en later Italo Calvino ook beeldende kunstenaars als Marcel Duchamp beïnvloed. Er is sinds de publicatie van Bergsons werk, sprake van drie bergsonismen. De eerste vond plaats onder de Kubisten, de tweede rond de naoorlogse cinema en is uigebreid beschreven door de Franse filosoof Gilles Deleuze. De derde vorm van Bergsonisme vindt op dit moment plaats door de opkomst van de digitalisering. Centraal in deze drie vormen is de verschijning van het zgn. differentiedenken waarbij fiosofen als Martin Heidegger, Maurice Merleau-Ponty, Jean François Lyotard, Gilles Deleuze en zelfs Jacques Derrida zonder Bergsons denken niet tot hun radicaal andere filosofieen gekomen zijn. Tezamen met meer hedendaagse denkers als Mark Antliff, John Mullarkey, Keith Ansell-Pearson, Brian Massumi en Mark Hansen wordt duidelijk dat Bergsons notie van tijd en lichaam in de beeldproductie van veel hedendaagse kunstenaars een sensibele en tactiele dialloogpartner vindt.
De avonden zullen niet alleen ingaan op Bergsons belangrijkste teksten maar ook een licht laten schijnen op de verwerking ervan door diverse kunstenaars en filosofen. De betrekking van zijn voorstelling van de werking van het menselijk bewustzijn en de artistieke vertaling daarvan blijkt uitermate actueel te zijn en zal dan ook uitgebreid aan bod komen.
Raoul Teulings is beeldend kunstenaar en afgestudeerd in 1984. Het heeft hem altijd verwonderd dat in Nederland de vreemde situatie zich afspeelt dat de 'faculteit' van cultuurproductie ergens anders gelegen is dan de 'faculteit' van cultuurbeschouwing. Zodoende heeft hij zich geïnteresseerd in esthetische concepten van zowel kunstbeschouwers als kunstenaars (en daar enkele opvallende verschillen opgemerkt) om te begrijpen hou en samenleving in termen van waarde over kunst praat. Omdat de heersnede esthetica om meerdere redenen niet goed aansluit bij hedendaagse artistieke praktijken is hij, in de woorden van Marcel Duchamp. "ondergronds gegaan om in het institutionele denken" naar boven te komen en daar een andere esthetisch denken te gaan ontwikkelen. Dat heeft o.a. Geleid tot en verzoek van de postdoctorale opleiding van de UvA om daar en proefschrift over dit fenomeen te schrijven en om dit een centrale plaats te geven in zijn theoretische docentschappen op diverse academies. Op dit moment staan ook twee publicaties op stapel die hierop betrekking hebben en wordt er door hem -in samenwerking met de Gerrit Rietveld Academie en de Uva- een symposium voorbereid voor 2010.
Naast deze werkzaamheden geeft Raoul Teulings geregeld lezingen en vervult hij diverse kunstadviseurschappen op verschillend bestuurlijk niveau.