Mediamatic Magazine Vol. 7#3/4 Jürgen Zilla 1 jan 1994

Het Muziek T-Shirt

Massafenomeen en Object van Zelfmystificering

Eigenlijk is het een prima thema voor zomer en lente. Zo gauw de thermometer in de buurt van de twintig graden schommelt, gaat de kleding uit en komt het t-shirt weer tevoorschijn, soms een streling voor het oog, meestal kun je maar beter een andere kant uitkijken.

Vergroot

The Music T-Shirt -

Een genre van dit door de maatschappij tot nu toe nog als vrijetijdskleding bestempelde katoentje is het 'bandshirt'. De muziekhandel heeft zich de laatste tijd naast de productie van geluidsdragers ook om de outfit van zijn klanten bekommerd. Weliswaar valt het fenomeen t-shirtdragen, speciaal met de duizenden variaties op logo's van diverse bands en musici uit het pop- en rockbedrijf, in lente en zomer het meest op, toch is dit al lang niet meer een thema voor alleen de warmere jaargetijden. Sinds lang omvat het aanbod – zelfs van bands met een publiek van onder de honderd! – naast het klassieke shirt met korte mouw, het lange-mouw-model, de sweater, het capuchonshirt, de lange en/of korte broek, een of meer petjes, en zelfs wollen mutsen of een regenjas voor herfst en winter. Ondergoed met de portretten van Jagger, Sting & Co. of zelfs met bloeddoordrenkte handschriften uit de Death-metal-beweging is nog net niet doorgebroken, nog nét niet! Slipjes met teksten als My Dying Bride, Cadaver of Painkiller zouden zeker een bijzondere aantrekkingskracht hebben maar het reclame-effect zou te verwaarlozen zijn.

Consumptiegoed en Reclamefactor

Menig handelaar is na het concert verbaasd dat de fans van de daarnet bejubelde band liever hun geld uitgeven voor een t-shirt dan voor een cd. Alleen bij de zogenaamde grote bands die de hele handel overlaten aan professionele bedrijven verwondert niemand zich nog ergens over. Voor de verkoper van de ac/dc-stand is het normaal dat de veertienjarige jongen tegenover hem bezig is zijn laatste spaargeld te 'verkwisten'. Bij de kleinere bands echter, waar vaak een bekende of een vriend het busje van de band bestuurt, en die tevens na de show achter de behangtafel zit, is het grote aantal verkochte t-shirts in vergelijking tot de geluidsdragers nog steeds verbazend. Een cd kan in de kennissenkring een x-aantal keer gekopieerd worden, het t-shirt niet. Op deze manier heeft het sterk aan betekenis gewonnen. De cd is een kopieerbaar massaproduct, het bandshirt is een individueel bezit.

Er bestaan bands waarbij de omzet van de bedrukte katoentjes groter is dan die van de geluidsdragers. Twee voorbeelden onderstrepen dit. Bijna iedereen kent wel de Asshole-Shirts van de Rock'n Countryband Cliff Barnes and The Fear of Winning. Maar hun muziek kent bijna niemand. Hetzelfde gebeurde met Angefahrene Schulkindern die zichzelf dankzij hun Tötet Onkel Dittmeyer-shirts konden lanceren in zowel Duitse glossy bladen als in een serie tv-programma's. Natuurlijk had de aanklacht van de bovengenoemde sapproducent voor het nodige mediagedoe gezorgd en daarmee voor de groeiende shirtverkoop. Maar betekent de naam Angefahrene Schulkindern tegenwoordig de band, hun kunst of hun muziek? Nee, voor de meeste mensen die hen kennen zijn ze enkel de producent van een bepaald t-Shirt, zoals bij Cliff Barnes. Hoeveel gevoel voor humor je ook hebt, dit kan nooit de beweegreden van de band geweest zijn – Cliff Barnes and The Fear of Winning zijn al uit elkaar.

Wat zet de muziekconsumenten ertoe aan massaal in een stuk bedrukt katoen rond te lopen? Iets tussen ƒ27,50 en ƒ50 uitgeven aan een t-shirt dat zonder opdruk ongeveer ƒ6 zou kosten: wat is hier de lol van? Alweer bijna dertig jaar worden muziek-t-shirts gedragen, maar zo'n omzet als de laatste jaren, vooral op de muziekmarkt, is er nog nooit geweest. Als men het aprilnummer van het tijdschrift Wiener mag geloven is de opmars van het bedrukte shirt tegelijk met de Beatles begonnen. Een Hamburgse textieldrukkerij kreeg toentertijd van manager Brian Epstein de opdracht om meer dan 12.000 t-shirts met de afbeelding van de pagekopjes te drukken voor het Starclub-optreden van de Beatles in 1964. Vanaf toen was de billboard op boezem en borst niet meer te stoppen. Dat uitgerekend in de laatste paar jaar deze handel zo aan betekenis gewonnen heeft zou kunnen liggen aan het feit dat er inmiddels een herleving van de goeie oude gitaargerichte rockmuziek plaatsvindt. De kids die niet te porren zijn voor de Techno-, Tekkno-Boom zoeken na de trieste, door de Neue Deutsche Welle, Wave- en elektronische muziek getergde tachtiger jaren weer naar zoiets als een ziel in de muziek, met voorradige identificatiemogelijkheden. Want hoe meer de muziek met de hand gemaakt is, des te meer mogelijkheden ze biedt om dromen en zelfmystificaties bot te vieren.

Identiteit en Fictie

Als men de t-shirtdrager simpel naar het waarom vraagt krijgt men simpele antwoorden:// Ik draag het shirt omdat het een te gek optreden was of Ik draag dit shirt omdat ik de band onwijs goed vind of ik vind het nou eenmaal een gaaf shirt. Toch is voor velen het bandlogo op de borst een uiting van de eigen state of mind. Symbool van een specifiek, individueel gevoel, van een levensgevoel dat door de muziek van de betreffende muzikanten uitgedrukt wordt. Door het dragen van het bandlogo hebben zij het gevoel dat bepaalde emoties, die bij het optreden loskwamen, bewaard blijven in het alledaagse leven. Het goede gevoel bij de laatste live-party wordt zo een geleefde vervolgroman. Per muzikale stijl wisselen deze stemmingen. De punk die na een Slime-concert met een Slime-shirt de straat op gaat zal zich anders voelen dan dat vijftienjarig meisje in het George Michael-shirt. De ene brengt met zijn shirt boodschappen over van woede, onaangepastheid, rebellie, terwijl de George Michael-fan eerder een idool aanhangt, vereert of probeert te imiteren. Door het shirt krijgt de verering voor de kunstenaar, en een op de kunstenaar geprojecteerd levensgevoel, een bepaalde uitdrukking. De wereld van de pop- en rockmuziek zoals die zich in deze hoofden voordoet, is meestal een persoonlijk geconstrueerde, een fictieve wereld. Dit gebeurt zowel bij de eenling met zijn wens naar zelfexpressie als ook in een groep van gelijkgezinden (fanclub). Maatschappelijk gezien is het t-shirt voor de drager de uitdrukking van een door individuele wensbeelden gemotiveerde ideologieovername, deels in de vorm van werkelijk bestaande samenhangen (Polit-Rock), deels in sterk mystificerende vorm (Gothic-Rock, Gruft-scene, Deathmetal met zijn vaak alleen uit horrorfilms bestaande inhoud). Het is precies deze inhoud die voor de betreffende consumenten, de bovengenoemde Ziel// van de muziek bepaalt. Want er wordt niet een eenduidige uitspraak, de boodschap, bedoeld, maar een emotionele wenswerkelijkheid, die door het dragen van zo'n t-shirt nadrukkelijker wordt beleefd. In de schijnbare individualiteit ligt echter de neiging tot collectiviteit besloten. Hier wordt de ambivalentie pas echt duidelijk. Bij een individuele expressie in de muziekscene hoort altijd ook een grotere groep gelijkgestemden. Er is dan ook sprake van een collectief individualisme.

Het t-shirt als identiteitscheppend object! Alleen met dit shirt kan ik me voelen zoals ik me voelde in de nacht van het optreden, of thuis met de koptelefoon op, als ik deze muziek of die van andere, bij de scene horende, groepen beluister. Zonder dit t-shirt ben ik weer de grijze muis, een van de vele, die niets anders aan hebben dan praktische, door de heersende mode opgelegde kleding. Hoogstens een bepaald merk doet nog een uitspraak over iets, over geld, prestige etc. Maar het bandsymbool gaat in zijn uitspraak veel verder. Het schreeuwt iedereen mijn muzieksmaak toe, graag of niet. Hij komt iets uit mijn privé-leven te weten – mijn door de muziek gedefinieerde state of mind.

Vergroot

The Music T-shirt -

Communicatiedragers

Nu slaat het misschien ergens op om iemand aan te spreken die men anders misschien wel nooit aangesproken zou hebben. Want zonder deze bekentenis op de borst zou men elkaar voorbijgelopen zijn zonder te weten dat deze mens toevallig een van de zestig mensen is die bij het volgende concert aanwezig zullen zijn. De openbaar tentoongestelde muzieksmaak kan helpen om vooroordelen te overwinnen. Want zou zij ooit iemand met een snor aangesproken hebben? Of zou hij ooit moeite gedaan hebben voor die kleine roodharige als zij niet ook zijn huidige favoriet op de borst had gedragen – allemaal al gebeurd! Deze manier van communicatie wordt pregnanter naarmate het thema op het shirt specialer is. Een uitgedoste Metallica-fan zal waarschijnlijk eerder geneigd zijn een andere Metallica-fan gewoon voorbij te lopen dan een aanhanger met een t-shirt van Alice Donut zou doen bij een ontmoeting met een gelijkgestemde. Bij de laatste kan men er van uitgaan dat de groep in een middelgrote stad slechts bij een paar honderd mensen bekend is. Daardoor kan het t-shirt het gespreksonderwerp worden tussen twee totaal onbekenden of zelfs tussen lieden die elkaar niet eens mogen. Niet zelden zijn hierdoor vriendschappen ontstaan (zoiets maakte ikzelf in 1981 mee dankzij een Cockney Reject-shirt).

Andersom kan het dragen van bandshirts net zo goed tot afwijzing of zelfs afkeer leiden: Met de drager van een Böhse Onkelz-T-shirt, of een andere vermeende neonazistische Rockband, zou het slecht aflopen als hij bijvoorbeeld in een groep Dead Kennedeys- of Slime-shirtdragers terecht zou komen. Deze problemen was hij zeker ook bij niet-Dead Kennedeys- of Slime-shirtdragers tegengekomen. Omdat hij met zo'n opschrift rondloopt wordt een bepaalde grondhouding verondersteld waarvoor hij zich moet verantwoorden. Misschien kent degene de Böhse Onkelz helemaal niet en heeft hij ook nog nooit iets gehoord of gelezen over deze band in verband met neonazi's. Hij heeft het aan omdat hij het toevallig ergens gezien heeft, omdat hij het motief onschuldig vond en omdat het hemd zo lekker wijd was, en daarbij was het ook nog afgeprijsd – toch zal hij slachtoffer worden van zijn onwetendheid over het uniforme en cultkarakter van dit soort t-shirts.

Het is dit uniforme karakter dat de tegenstanders van deze bandshirts (en dat zijn er nogal wat) tegen de borst stuit. Zij zien daarin een te sterke onderwerping aan een bepaalde naam. Binnen de bandshirtcultus bestaan drie verschillende shirtsoorten waarover gecommuniceerd wordt: Allereerst het t-shirt waarmee alleen naar een bepaalde kunstenaar of band verwezen wordt. Hier gaat het om een puur fanshirt, respectievelijk een reclamedrager voor het product. De tweede groep bestaat uit shirts die alleen maar willen choqueren of provoceren, bijvoorbeeld de lijkenpikkers-shirts uit bepaalde hoeken van de Metalscene. Ook bij de derde categorie is het de bedoeling dat de shirts provoceren, maar hier meestal met betrekking tot een politieke of minstens tot een maatschappelijke uitspraak (ook als de uitspraak van de destijds wijd verbreide Malcolm-x-emblemen voor veel dragers verborgen blijft). Een goed voorbeeld hiervan is het shirt van de Britse politband Chumbawamba. Zij geeft op dit shirt niet alleen pure maatschappijkritiek, maar maakt daarbij geraffineerd gebruik van een psychologisch effect, om reclame voor zichzelf te maken. Omdat de kijker gedwongen wordt zich langer dan gebruikelijk bezig te houden met het t-shirt wordt de naam van de band terloops in het geheugen geprent. Op de voorkant wordt in grote letters opgeroepen tot zwijgen: Shhh, terwijl op de achterkant, samen met de naam van de band, aangespoord wordt tot:// Go on. You've got five seconds. Say something outrageous.//

vertaling Kristie van Riet