Maartje Terpstra

Ecologie is ingewikkeld en daarmee uit? Blogserie Educatie

#4 Denken, voelen en doen in de Garden-Based Approach

In de serie ‘Ecologie is ingewikkeld en daarmee uit?’ schrijf ik blogs over uitdagende theorieën uit de ecofilosofie. Ik introduceer de ideeën, ter informatie of inspiratie. Daarna zullen er voorstellen opborrelen in de categorie infotainment: onwelgeformuleerde kunstzinnig georiënteerde oefeningen.

Van aarde naar groei naar positieve impact: een levendig pleidooi voor buitenschools leren. Het artikel “Growing a garden-based approach to arts education” (2018), door Hilary Inwood en Jennifer Sharpe, leert je hoe leuk eco-educatie kan zijn! Door kunstlessen buiten het klaslokaal in buitenlucht te geven doen kinderen een breed en samenhangend geheel aan vaardigheden op. Ten eerste worden ze door de creatieve opdracht cognitief geactiveerd, ten tweede worden ze psychomotorisch bekwamer en ten derde leren ze affectieve relaties aan te gaan. De heilige drie-eenheid van denken, voelen en doen - moeilijker te bereiken met de klassieke plenaire les. Het kan toch niet zo zijn dat je beste leert over je relatie tot de buitenwereld door in de klas te blijven zitten luisteren!

 

Inwood pleit in meer artikelen voor een creatieve, affectieve en zintuiglijke benadering van ecologische educatie. In “Shades of Green” uit 2010 schrijft ze dat “[e]co-kunsteducatie kunsteducatie integreert in milieueducatie om bewustzijn van concepten zoals wederzijdse afhankelijkheid, biodiversiteit, behoud, herstel en duurzaamheid te ontwikkelen” (mijn vertaling). Door kunsteducatie direct en actief te verbinden aan de leefwereld van de kinderen en de leerlingen lichamelijk te plaatsen in deze buitenwereld ontwikkelen ze dit bewustzijn. Inwood geeft een duidelijk advies hoe denken, voelen en doen samen te brengen: tuinieren. De garden-based approach is een positieve creatieve benadering van zorg voor de omgeving. 

 

Een pedagogie gebaseerd op co-creatie in the great outdoors maakt sociaal, interdisciplinair en experiëntieel basisonderwijs mogelijk. Echter, stelt Inwood (2010), blijft de uitvoering en dus het empirische bewijs achter. Ondertussen is duurzaamheid natuurlijk binnengedrongen in de beleidsplannen van veel scholen. Denk in Amsterdam bijvoorbeeld aan het ondertekenen van het Manifest Circulair en Onderwijs. Intenties die aansluiten bij het hierbovengenoemde, vaak onder de noemer 21st century skills, bepalen de toon van toekomstgericht lesgeven. Concrete (les)plannen zijn echter moeilijk te achterhalen. Toch ontspruiten er kennispagina’s (zoals toekomstmakers.nl) en initiatieven tussen organisaties en scholen die vruchtbaar zijn! Dit is in lijn met de puzzelstukken die volgens Inwood misten in de realisering van eco-kunsteducatie: de professionele ontwikkeling en ondersteuning van leerkrachten en een focus op primair onderwijs.  

 

Kan de garden-based approach de basis vormen voor een programma dat de 21ste eeuwse vaardigheden bevordert? En welke tinten groen komen hierbij eigenlijk aan bod? Ik ben ervan overtuigd dat de mogelijkheden zover reiken dat je als docent wat betreft thema’s alsook kunstdisciplines een weelde aan kansen hebt. Met de natuur misschien niet zomaar om de hoek hebben kinderen daarentegen wel de kans een actieve rol te spelen in de verzorging van hun plein of buurt. Dit heet ook wel de omkering van negatieve ecologische voetafdruk naar een ecologische handafdruk.

 

Denk bijvoorbeeld aan dat wat er al is: probeer in kaart te brengen wat er leeft op het plein. Omdat er veel meer aan de hand is dan je denkt (met name in het complexe gebied tussen “mensgemaakt” en “natuurlijk”) schiet de tweedimensionale plattegrond waarschijnlijk te kort als medium. De opdracht kan zijn een zogenoemde deep map te maken waarin de kinderen door collagetechniek van onkruid tot kind, van mos tot meester en van klimrek tot kastanje documenteren. Of een historische inslag: laat de leerlingen onderzoeken wat de inheemse planten uit de buurt zijn. En ook waarom die planten er nog wel of juist niet meer zijn. Wie weet kan cultureel erfgoed beschermd worden maar in ieder geval leren de kinderen nadenken over de historische en ecologische waarde van planten. Of sociaal activistisch: ga de buurt in en plant hyperaccumulators om vervuilde grond te herstellen en aandacht te vestigen op de kwaliteit van de leefomgeving. 

 

Kunsteducatie buiten het schoolgebouw biedt volgens Inwood verfrissing en verbondenheid. In betrokkenheid van leerlingen bij hun dagelijkse realiteit, nieuwe tentoonstellingsmogelijkheden en een boost voor de community. Aldus Inwood (2018):

“When art education is conducted in schoolyards and school gardens, using these spaces as sites of discovery, creativity, meaning-making, and experimentation, children are able to deepen their understanding of the natural and built world, and develop strong connections to the environments in which they live.”