Mediamatic Magazine 0#0

Nulnummer — december 1985

Sinds de uitvinding van de Videokunst in het begin van de jaren 60 door Nam June Paik zijn steeds meer kunstenaars zich van electronische media gaan bedienen. Tot halverwege de jaren 70 vaak als verlengstuk van de conceptuele en performance activiteit die in die periode hoogtij vierde. Of vanwege hun (die media) immateriële kwaliteit en vermenigvulbaarheid (slecht verhandelbaar, democratisch). Later ontstond meer interesse voor de intrinsieke beeldende mogelijkheden van vooral video.

Vergroot

Cover Mediamatic Magazine Vol. 0#0 1985 - De eerste editie De eerste editie Willem Velthoven

Ook in Nederland werkt tegenwoordig een groot aantal kunstenaars met audio, video, computers. Je kunt het tegenwoordig zelfs op kunstacademies leren. Vanaf '82 organiseert het Kijkhuis in Den Haag jaarIijks een groot internationaal videofestival, de al langer bestaande videogalerie Montevideo groeide uit tot een belangrijk productie-, vertonings- en distributiecentrum, vanaf '83 bestaat er een Vereniging voor Videokunstenaars die ook al distribueert, produceert en presenteert (Time Based Arts), Musea verzamelen en tonen (b.v. tent. The Luminous Image Amsterdam '84). Sinds '84 draait een landelijk videocircuit. Het bedrijfsleven wordt zich bewust van zijn verantwoordelijkheden en stelt apparatuur beschikbaar, de Media-Kunst heeft zich ontwikkeld tot een min-of-meer zelfstandig fenomeen binnen de Beeldende Kunst.

Het enige wat tot nu toe eigenlijk ontbrak was een platform voor inhoudelijke discussie, een plaats waar in het openbaar aan theorievorming wordt gedaan, waar deze vorm van kunst gelegitimeerd wordt. Maar waar ook vraagtekens geplaatst worden bij overmatige preoccupatie met bepaalde media, een stimulans tot Reflectie.

Een tijdschrift
We hopen dat Mediamatic zich zal ontwikkelen tot het hierboven geschetste ideaalbeeld.

Naast theoretische, historische, polemische, meer algemeen cultuurbeschouwelijke en kunstenaarsbijdragen zult u in Mediamatic ook regelmatig artikelen aantreffen over de vormgeving van de apparatuur waarvan de media kunstenaar zich bedient. De TV als lijst van de videokunst, de reflectie van de ontwerper op de rol van massamedia in de maatschappij naast die van de mediakunstenaar, mogeIijk een prikkelende confrontatie tussen twee verschillende disciplines. In ieder geval zien we voor dit tijdschrift een taak als intermediair tussen kunstenaars, instellingen, publiek en kunststudenten.

Rest ons u uit te nodigen uw kritiek en/of suggesties niet onder stoelen of banken te steken. Wie weet starten we in nummer 1 een interessante brievenrubriek.